De “Blauwe Elfstedentocht” (Leeuwarden – Hallum)

Doorkomstplaatsen
De Meern – Utrecht CS – (NS) Leeuwarden – Tichelwurk – Bartlehiem – Tergrêft – Burdaard – Dokkum – Bornwird – Foudgum – Brantgum – Waaxens – Holwert + veer – Blija – Hegebeintum – Ferwert – Marrum – Hallum – Hijum – Finkum – Stiens – Kornjum – Leeuwarden – (NS) Utrecht CS – De Meern
Solo. 98,15 km in 5:17:45; AvS: 18,52 km/u.
In Friesland aanvankelijk bewolkt, later zonnig. 13,3- 23 – 18,3o. ZZW kracht 3- WZW kracht 4.

Fotoalbum →

(aanklikken in dit blog van een foto resulteert in een vergroting)

De “Blauwe Elfstedentocht”. Het resultaat van een spontane opwelling. Eigenlijk was ik van plan vanaf Den Haag de LF1b te rijden naar Den Helder. Door verbouwingswerkzaamheden moest ik op Utrecht CS met fiets en al een steile trap af naar spoor 4b. Er was geen lift. Dat was me teveel van het goede. Ik wilde niet op de volgende trein naar Den Haag wachten. Daarom besloot ik naar Leeuwarden te reizen om vandaaruit een stuk ANWB-Elfsteden-fietstocht te fietsen. Voordeel van een dagkaart: je kunt gaan waarheen je wilt.

Alle goede dingen bestaan uit drieën…
In mijn eerste toerfietsperiode heb ik twee keer geprobeerd de ANWB-Elfsteden-fietstocht te fietsen. De eerste poging, op 20 maart 1992, mislukte. Wegens langdurige regen moest ik in Franeker voortijdig naar Leeuwarden terugkeren. De tweede poging, op 7 maart 1993, lukte. In de avonduren, duisternis alom, fietste ik van Dokkum naar Leeuwarden aan de oostkant van de Dokkumer Ee over onverlichte paadjes (geen probleem voor de AXA-koplamp van destijds). Bij aankomst om 21:00 uur in Leeuwarden in hotel De Pauw, waar ik toen overnachtte, was de keuken dicht. Geen avondeten! Wel een paar Beerenburgers om de slaap te vatten.

Leeuwarden: vertrekpunt Blauwe Elfstedentocht

Leeuwarden: vertrekpunt Blauwe Elfstedentocht

Een blauwtje gelopen
Na een reis per trein van twee uur, waarin een klein meisje uitvoerig liet zien hoe goed ze kon schrijven, kwam ik aan in Leeuwarden. De lucht was zwaar bewolkt. Dat beloofde niet veel goeds.
Eerst op het Stationsplein rondgekeken. In het gebouw waarin vroeger hotel De Pauw was gehuisvest, was nu een andere hotelonderneming gevestigd.
Me de eerdere tochten vaag herinnerend, een ANWB-wegwijzer naar Bolsward opgezocht en vandaaruit op zoek naar Elfsteden-routebordjes. Op een industrieterrein trof ik zeskante bordjes aan met blauwe en groene opdruk, elk met de vermelding dat de route 240 km lang was. Kennelijk was de Elfsteden-fietstocht in twee richtingen uitgepijld en had men kleuren gebruikt als onderscheid. Ik koos de blauwe route. Na een paar kilometer kwam ik uit bij een kanaal. Bij het passeren van de Oldehove, een alleenstaande kerktoren van middelmatige hoogte, werd duidelijk dat ik richting Harlingen reed, tegen de klok in. Dat was absoluut niet de bedoeling. Mijn herinnering had me aardig in de steek gelaten! Terugrijden, de groene bordjes achterna? De zwaarbewolkte hemel liet dat niet toe. Uiteindelijk besloot ik de blauwe route te blijven volgen. Ik kon dan bij daglicht zien waar ik in 1993 in het donker gereden had.

Klunen

Klunen

Op naar Dokkum
De Blauwe Elfstedentocht leidde door bossen aan de rand van Leeuwarden naar de westelijke oever van de Dokkumer Ee (in 1993 kwam ik terug over de oostelijke oever). Met de wind in de rug kon ik vaart maken. Vanwege krappe, scherpe bochtjes moest ik af en toe flink in de remmen.
Een aantal keren moest ik bij steile bruggetjes over sloten en vaarten “klunen”. Voor een van deze bruggetjes stond langs de kant van de weg een paneel met een Fries gedicht over de stilte in dit gebied. Vandaag was het muisstil, net als in het gedicht. Af en toe kwam ik wandelaars tegen, een enkele keer een fietser. Geen vogel te bekennen.
Om tien voor half een kwam ik aan bij Bartlehiem, normaal gesproken de sluitpost van de Elfstedentocht, zowel op de schaats als op de fiets.

Birdaard: molen De Zwaluw

Birdaard: molen De Zwaluw

Levend kerkhof
Doorgereden naar Birdaard, in het Fries: Burdaard genaamd, en een foto genomen van koren-, pel- en zaagmolen De Zwaluw. Ik heb vandaag veel verschillende wieksystemen gezien, vroeger ontworpen ter verbetering van het rendement van de molens. Een aantal molens is met twee wieksystemen uitgevoerd. De Zwaluw in Birdaard heeft vier zelfzwichtende wieken met Oudhollandse voorzomen. Aan de rand van het water torent hij letterlijk boven Birdaard uit. Het was een imposante aanblik.
Of het nu voor of voorbij Birdaard was, kan ik me niet meer herinneren, maar op een gegeven moment reed ik langs een restaurant dat volgens een voor de ingang staand reclamebord hertenvlees op het menu had. Zoiets had ik in Friesland, zo rijk aan melkvee, niet verwacht. Ik was nog meer verbaasd toen ik achter het restaurant een weiland zag waarin een grote groep herten graasde. Verser kun je het niet geserveerd krijgen, dacht ik in het voorbijrijden, maar ik vond het een macabere aanblik, alsof je langs een levend kerkhof fietst.

Dokkum: walmolens

Dokkum: walmolens

Walmolens in Dokkum
Gaandeweg de kilometers (en dat waren er nog geen twintig!) nam de bewolking meer en meer toe. Het zag ernaar uit dat het in de middag zou gaan regenen. In het meest ongunstige geval zou ik in Dokkum voortijdig terug moeten keren naar Leeuwarden. In ieder geval wilde ik Dokkum bezoeken, vanwege de twee molens die op de oude stadsmuur staan.
In Dokkum, met fraai gerestaureerde gebouwen uit het begin van de vorige eeuw, lang naar de molens gezocht. Eenmaal gevonden, de nodige pogingen gedaan om ze zo goed mogelijk te fotograferen. Dat lukte niet zo goed. Uiteindelijk toch een aardige foto kunnen maken, waarop beide molens onder een bewolkte hemel te zien waren. Molen Zeldenrust (achter) heeft op de buitenroede Ten Have kleppen. De buiten- en binnenroede zijn voorzien van Fauel-borden. De buitenroede van molen De Hoop (voor) is opgehekt volgens het systeem-Fauel, de binnenroede volgens het systeem Van Bussel, met Ten Have kleppen.
Het liep tegen tweeën. Lunchtijd. De terrassen in het centrum van Dokkum waren overvol. Naar binnen bij brasserie De Breedstraat. Toen buiten na een paar minuten een tafeltje vrijkwam, naar buiten. Een “twaalfuurtje”: tomatensoep, brood met spiegelei en kroket en verder karnemelk.

Koerswijziging
Tijdens de lunch stevig nagedacht over hoe ik de rit zou vervolgen, ook omdat ik door het zoeken naar de molens de Blauwe Elfstedentocht uit het oog verloren had. Her en der had ik wegwijzers gezien met de vermelding “Ameland”. Richting de Waddenzee, dat leek me wel wat. Daar was ik per slot van rekening nog nooit geweest.
Even buiten Dokkum zag ik tot mijn verbazing oude, zeskante ANWB-Elfstedentocht-routebordjes met de aanduiding “lengte 230 km”, uitgepijld met de klok mee, dus tegen de richting van de Blauwe Elfstedentocht in. Het waren niet de bordjes met rode opdruk zoals ik ze van vroeger kende, maar bordjes van de opvolgende generatie, met groene opdruk. Een eindje verderop kwam ik weer routeborden van de Blauwe Elfstedentocht tegen.

Bij de Waddenzee (Holwerd)

Bij de Waddenzee (Holwerd)

Wind langs de Waddenzee
Langs een provinciale weg naar Holwerd en vandaaruit naar de kust. De wind was in kracht toegenomen. Ik zou hem op de terugweg pal tegen hebben. Wat een vooruitzicht!
Over een dijk naar de afmeerplaats van het veer naar Ameland. Tussen de hekken door een aardig uitzichtpunt gevonden. Gekeken over het eindeloze water, Appelsien gedronken en wat foto’s gemaakt. Onderaan de dijk liepen op de waterige zandvlakten grote aantallen strandlopers en meeuwen.
Onderweg naar Holwerd had ik aan de hand van knooppuntenpanelen een plannetje gemaakt voor het verdere verloop van de tocht. Linksaf, evenwijdig aan de zeedijk, en dan bij Blija landinwaarts en terug naar Leeuwarden. De weg evenwijdig aan de zeedijk was afgesloten met een klaphek. Een naast het hek staand bord maakte duidelijk dat het begaan van de weg voor eigen risico was. Al snel werd duidelijk waarom. Het wegdek was bezaaid met mest van konijnen, runderen en schapen. Bovendien graasden links en rechts van de weg honderden schapen. Af en toe stak er eentje traag lopend de weg over om aan de overkant verder te grazen of in de zon te gaan liggen, die ondertussen was doorgebroken.
Ondanks de harde wind was de warmte van de zon goed voelbaar. Dat nodigde ook uit om de dijk te beklimmen en te genieten van het uitzicht over de kustlijn. In tegenstelling tot de afmeerplaats van het veer hing er hier geen geur van zilte lucht. Landinwaarts liepen meeuwen en kieviten door kaalgestripte akkers. Voor de rest was het een weids landschap, waarbij de horizon gebroken werd door hetzij een kerktoren, hetzij windturbines, waarvan er hier nogal wat zijn. Echt ontsierend zijn ze niet, maar een herenboerderij in de buurt van zo´n turbine lijkt van veraf ineens heel erg nietig.
Bij Blija landinwaarts. De knooppuntenbordjes waren dun gezaaid. Wegwijzers waren er nauwelijks. Wel was er de Blauwe Elfstedenroute, maar die moest ik op een gegeven moment verlaten, anders zou ik in Harlingen uitkomen.

Hegebeintum: kerk

Hegebeintum: kerk

In Hegebeintum foto’s gemaakt van de uit de elfde of twaalfde eeuw daterende romaanse kerk op de hoogste terp van Nederland. Leeuwarden was niet ver meer, maar de kans was groot dat ik via Birdaard zou gaan rijden en dan weer terug langs de Dokkumer Ee en Bartlehiem. Daar voelde ik niet veel voor. In plaats daarvan de N357 opgezocht, die niet al te druk was, en over het erlangs liggende fietspad richting Stiens gereden. Met een beetje geluk zou ik de Dekema State kunnen zien, die volgens knooppuntenpanelen aan de rand van deze provinciale weg zou liggen.
De N357 loopt langs kleine dorpjes als Marrum, Hallum en Hijum. Van een drukke avondspits viel alleen in Stiens wat te merken, maar Stiens is dan ook een grote plaats. De zon werd alleen maar sterker. De bebouwing langs de weg brak de wind een beetje en ter hoogte van Stiens leek hij zelfs in de rug te waaien.
In Stiens draaiden de wieken van molen De Hoop in volle Friese feesttooi. Deze korenmolen, ook weer een met verschillende wieksystemen, heeft een bewogen geschiedenis. Gebouwd in 1853, raakte hij in 1922 in onbruik. Het bovenhuis werd toen verwijderd, de onderbouw veranderde in wat men een doofpot noemt. Mid-jaren ’70 werd besloten tot restauratie. In 1979 werd de molen weer in bedrijf genomen. Op Nieuwjaarsmorgen 1992 brandde hij door een ingeslagen vuurpijl tot de grond toe af. In het voorjaar van 1993 werd hij weer heropend, voorzien van een computergestuurd maalbedrijf, dat het in 2011 begaf. De feesttooi van vandaag en de vele bezoekers op de stelling lijken erop te wijzen dat de molen weer maalvaardig is, of misschien was er een ander feest aan de gang, een trouwfeest of een jubileum. Daarvan kon ik geen hoogte krijgen.

Aan alles komt een eind
Door naar Leeuwarden. Geen zicht op de Dekema State. Wel op “Us Mem”, het beeld van een rund aan de rand van Leeuwarden, in de buurt van de Oldehove, ter ere van het Friese melkveebedrijf.
In de trein naar Utrecht was het overvol met fietsen. De conducteur was zo vriendelijk toe te staan dat ik mijn fiets in een wat ruim uitgevallen in- en uitstapdeel plaatste. Zo kwam ik toch nog op tijd thuis.

De Meern, 30 augustus 2013
Theo van Berkel

Fotoalbum →

Advertenties

Over Theo van Berkel

Enthousiast toerfietser die tijdens zijn tochten graag foto's maakt van landschappen, boerderijen en molens en die grappige situaties beschrijft die zich onderweg voordoen.
Dit bericht werd geplaatst in Fietstochten, Fotografie en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s