De Rabo-Plassentocht 2011, 110 km versie (ToerClub Breukelen)

Doorkomstplaatsen
De Meern – Vleuten – Maarssenbroek – Maarssen – Breukelen – Nieuwer ter Aa – Demmerik – Vinkeveen – Botshol – De Hoef – Vrouwenakker – Bilderdam – Leimuiden – Weteringbrug – Oude Wetering – Hoogmade – Woubrugge – Rijnsaterwoude – Langeraar – Aarlanderveen – Zwammerdam – Meije – Woerdense Verlaat – Oud Aa – Breukelen – Gieltjesdorp – Haarzuilens – Vleuten – De Meern
Solo. 144,82 km in 7:36:57; AvS: 19,02 km/u.
14-17o. Zwaar bewolkt, af en toe lichte regen, van Breukelen tot De Meern toenemend zonnig. Vrij krachtig ZW, in middag toenemend tot hard.

(aanklikken in dit blog van een foto resulteert in een vergroting)

Breukelen: eetcafé 't Regthuys

Breukelen: eetcafé ’t Regthuys

Omdat ik de afgelopen nacht niet veel geslapen had, voelde ik er vroeg in de ochtend niet veel voor om te gaan fietsen. Zware bewolking en een stevige zuidwestenwind. De kans op voortijdig moeten opgeven was levensgroot. Niettemin besloot ik de 110 km-versie van de Rabo-Plassentocht van ToerClub Breukelen te gaan fietsen. Met een beetje geluk zou deze tocht met de heen- en terugrit erbij in een dagrit van 150 km resulteren.
Via Vleuten, Maarssenbroek en in Maarssen over de provinciale weg naar eetcafé ’t Regthuys in Breukelen; één van de sponsors van TC Breukelen. Het was een drukte van belang door ploegen en groepen die zich voor de 110 km-versie inschreven.
Over de A2 ging het via Nieuwer ter Aa richting Vinkeveen en daarna naar Botshol. Ingehaald door onder andere de flink op tempo rijdende WTC Maarssen en een eveneens flink op tempo rijdend groepje van TC Breukelen. Hun fel gekleurde tenue was een baken in een grauwgrijze omgeving, zonder nevel of regen, waardoor de uitzichten vanaf de dijkjes prachtig waren tot in de verre verte en de wolkenpartijen een lust voor het oog waren. Er was van alles te zien. Aalscholvers, vliegend of in rust op het water. Zwaluwen die laag over de weg gierden. In de bermen langs de slootjes liepen moedereenden met hun soms vijf kuikens tellende kroost. Op de Ter Aase Zuwe zag ik dat een ooievaar zich tussen de reigers in het weiland mengde, vast en zeker op zoek naar eten.
Er waren ook minder mooie taferelen zoals doodgereden vogels en een reiger die met een meerkoetkuiken in zijn snavel een veilig heenkomen had gezocht in de sloot aan de linkerzijde van een dijk, terwijl in de sloot aan de rechterzijde van die dijk de piepende meerkoetouders vergeefs op zoek waren naar hun jong.

Twee-sterren klassieker
De Rabo-Plassentocht heeft, omdat hij aan een aantal vereisten van de Nederlandse Toer Fiets Unie voldoet, de status van klassieker, in de toerkalender aangegeven met twee sterren. Een terechte toekenning. De route was uitstekend uitgepijld. Duidelijke, goed opvallende oranje bordjes met blauwe pijlen waarvan de punt groot genoeg was om vanuit de verte te zien welke kant je uit moest. Slechts twee keer hoefde ik, vanwege ontbrekende pijlen (hoogstwaarschijnlijk gepikt), de routebeschrijving te raadplegen, die qua kilometrage goed overeenkwam met mijn fietscomputer.
Bij De Hoef, op de Oude Spoorbaan, voor de brug over de Kromme Mijdrecht, ging de 70 km-versie linksaf. De 110 km-versie ging over de brug rechtsaf, De Hoef Westzijde in. Voor de brug werd ik ingehaald door een groepje fietsers dat er stevig de gang in had. Zij gingen over de brug rechtdoor; reden kennelijk een eigen rit.
De Hoef Westzijde is een smal, slingerend dijkje langs de Kromme Mijdrecht met onoverzichtelijke, scherpe bochtjes, waarvoor in de routebeschrijving gewaarschuwd was. Gelukkig waren er geen tegenliggers. Nog nooit hier gereden, voorzover ik me kon herinneren. De weg ging over in de Ruigekade, een straatnaam die een speciale betekenis kreeg door de harde tegenwind, waardoor ik terug moest schakelen naar de tweede versnelling en me ging afvragen of deze rit niet boven mijn macht was, want ik was nog niet halverwege.

Even bijkomen
Na het passeren van een paar uitgebloeide bollenvelden doemde om ongeveer half twaalf op kilometer 48 de eerste controlepost op: café IJs de Jong in Weteringbrug. Ik zat goed op schema. Dat zag er gunstig uit voor de rest van de tocht. Met de controleur van TC Breukelen over het wel en wee van het toerfietsen gesproken.
Na door een kop koffie op krachten gekomen te zijn, de rit vervolgd in een bekende omgeving: die van rit 22 van dit jaar, toen ik vanaf Buiten Kaag wanhopig probeerde huiswaarts te koersen met, naar bij thuiskomst bleek, nogal wat rare lussen westwaarts in plaats van huiswaarts. Al rijdend bekroop me het idee op het meest westelijke punt van de route te zijn, wat zou betekenen dat de wind, die af en toe vol tegen was geweest, de rest van de rit steun en toeverlaat zou zijn. Het tegendeel bleek het geval. De route voerde om het Braassemermeer heen, een immens grote watervlakte met schuimkragen op de golven. Qua rijden was het meer het snot in de ogen dan de stenen uit de straat.

Stormachtige lunch
Via een fraai fietspad dicht langs de Veendermolen gereden, een herbouwde molen waarvan het achtkante onderkant uit 1830 dateert en de ronde stenen bovenbouw uit 1934. De molenkap is gemaakt van koperen platen, overgebleven van de in 1934 op de kerktoren van Hoogmade aangebrachte dakbedekking. Her en der waren molens in bedrijf, soms met halve zeilen en dat bij zo’n harde wind. Zo werd dit deel van de route een molenritje dat ik eigenlijk in het tweede deel van rit 22 had willen maken.

Restaurant De Wever: zicht op de Veendermolen

Restaurant De Wever: zicht op de Veendermolen

Ondertussen knorde mijn maag. Etenstijd! In Woubrugge geluncht in hotel-restaurant De Weger met zicht op de Buitenwetering, waarover van tijd tot tijd een rondvaartboot van het Alphense Avifauna voer. Geen broodjes kaas op het menu, maar twee bruine boterhammen met kroket. Als dat maar goed zou gaan! De inwendige heeft het niet zo begrepen op kroketten, ook vandaag niet. Ze begonnen me later die middag nogal op te breken. Wegdrinken met cola was er niet bij want er waren geen drinkgelegenheden langs de weg.
De wind was ondertussen in kracht toegenomen. In hotel-restaurant De Weger hoorde ik al een gebulder van jewelste. Het enig bemoedigende was dat de bewolking de neiging had te breken. In de hoop en verwachting door de wind voortgeduwd te worden, de route vervolgd.
In de verte doemden de contouren van Nieuwkoop met het restant van Bovenmolen nr. 5 waarbij ik in rit 22 van dit jaar op adem was gekomen. De route liet Nieuwkoop echter links liggen. Stiekem speelde ik met de gedachte een stuk af te snijden, maar dan zou ik de laatste controlepost kunnen missen en ik wilde toch wel graag een herinnering aan deze tocht overhouden. De pijlen volgen, dus, in afwachting van gunstige windkrachten.

Onverwachte aanmoedigingen
Bij Aarlanderveen kwamen talloze racefietsers me tegemoet. Stuk voor stuk droegen ze een stroomlijnhelm. Onder hun zadels hadden ze meerdere bidons. Ze sneden hun bocht naar links scherp aan maar niet zo scherp dat ik naar de berm moest uitwijken. Op de T-splitsing Zuideinde – Ziendweg vertelde een vrijwillige verkeersregelaar dat deze mensen met een triathlon bezig waren; het was een sterk bezet deelnemersveld. Rechtsaf de Ziendweg op om de wind vol, maar dan ook vol op de kop te krijgen richting nota bene Zwammerdam, alsof de route al niet westwaarts genoeg had geleid. Geen bomen langs de weg, niets. Ik was op mezelf aangewezen met een kleine versnelling en hooguit 15 km/u. Goed dat de organisatie geen fotograaf langs deze weg had geposteerd. Een foto van mijn doorkomst zou geen toerfietser hebben laten zien die intens genoot van al het moois dat het Groene Hart hem te bieden had.
Na een kilometer reed ik een groepje verkeersregelaars voorbij die ruim baan maakten voor van rechts aanstormende triathlonfietsers en hen met applaus begroetten. Ze applaudisseerden ook voor mij. Erg leuk.
Richting Meije werd het beter en leuker; ook omdat ik vanaf Zwammerdam nog nooit langs de Meije had gereden. Fraaie boerderijen langs de slingerende dijk, een gestaag toenemend zonnetje, kortom, een echte toertocht. Ondertussen vroeg ik me af waar de controlepost was, want er was geen pijl te bekennen en ook geen deelnemer, en de tijd schreed voort. De Bosweg opgereden met aan de linkerkant van deze anderhalfbaansweg een lange colonne Harley Davidson motorrijders, de derde van vandaag, maar dan ook de langste, waarvan de rijders gebarend en wel hun achterliggers duidelijk maakten dat ze aan de kant moesten blijven en vaart moesten minderen vanwege een tegenligger – ik, dus. Er was ook nog een MG-rally aan de gang.

Controlebord TC Breukelen

Controlebord TC Breukelen

De laatste loodjes
Om tien voor drie, ruim op tijd, zag ik links van de weg tot mijn grote geruststelling het okergele controlebord van TC Breukelen met op tafel de sportdrank waar ik zo lang naar had gesnakt, want mijn bidon was leeg. Een leuk gesprek gevoerd met de controleur. Met het oog op het feit dat ik het toerfietsen weer aan het oppakken was, legde hij uit dat een rit als die van vandaag niet alleen de lichamelijke conditie ten goede kwam, maar ook het moreel, omdat je je grenzen van je kunnen opzoekt en verlegt. En kijk, er kwam nog een deelnemer aan de 110 km-versie binnen, op een mountainbike.
De resterende kilometers werden zonder problemen afgelegd zodat ik, waarschijnlijk als een van de laatsten, op tijd in Breukelen aankwam en vriendelijk werd begroet door de controleur die in café IJs de Jong had gezeten en een aantal deelnemers die daar in de ochtend kort na mij arriveerden. Met inbegrip van de heenrit had ik er 129 km op zitten met een gemiddelde van 20,15 km/u. Aan de controletafel vertelde men mij dat door het matige weer de opkomst niet zo groot was. De Breukelse Pijl die ik lang geleden eens had gereden, staat al enkele jaren niet meer op het programma; de Rabo-Plassentocht is de enige vrije-toertocht die TC Breukelen organiseert.
Als herinneringsmedaille de medaille gekozen waarop kasteel Oudaen was afgebeeld. Toen ik met mijn medaille op zak weer op de fiets stapte, stond op mijn fietscomputer, die ik op de houder had laten zitten, het woord SPRACHE, zonder verdere aanduiding. Alle ritgegevens weg! De tweede keer dit jaar dat het ding uitvalt en Joost mag weten waarom. Zodoende de afstand tussen Breukelen en De Meern geschat en op een dagtotaal van iets minder dan 145 km terecht gekomen. De 150 km-grens heb ik vandaag niet overschreden, maar de tocht is de moeite waard geweest, vanwege het moois en toch ook wel vanwege de wind!

De Meern, 29 mei 2011
Theo van Berkel

Advertenties

Over Theo van Berkel

Enthousiast toerfietser die tijdens zijn tochten graag foto's maakt van beelden, boerderijen, landschappen en molens en die grappige situaties beschrijft die zich onderweg voordoen.
Dit bericht werd geplaatst in Fietstochten, Fotografie en getagged met . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s