Molentocht Streefkerk en omgeving

Doorkomstplaatsen
De Meern – Achthoven Oost – Knollemanshoek – Benschop – Polsbroekerdam – Polsbroek – Vlist – Bovenberg – Tussenlanen – Bergambacht – Bergstoep – Streefkerk + molens – Brandwijk – Langerak – Ameide – Sluis – Lexmond – Vianen – Nieuwegein – Rijnenburg – De Meern
Solo. 94,02 km in 4:22:02; AvS: 21,52 km/u.
25o. Zonnig. Zwak/matig Z.

Fotoalbum →

(aanklikken in dit blog van een foto resulteert in een vergroting)

Boerderij Tusschenlanen

Boerderij aan de Tussenlanen

Het was uitstekend fietsweer, dus op naar Streefkerk, waar een paar molens staan die ik nog nooit van dichtbij had gezien, laat staan gefotografeerd. Op de Meerndijk kwamen me tot aan de Nedereindseweg veel racefietsers tegemoet. Het leek alsof er een toertocht was georganiseerd. Maar ik zag geen pijlen.
Via Knollemanshoek en Benschop naar Vlist, om vervolgens via Bovenberg, een weggetje, genoemd naar het gelijknamige buurtschap, naar Bergambacht te rijden. Dit weggetje gaat over in Tussenlanen, genoemd naar de herenboerderij Tusschenlanen, een rijksmonument dat in de top-100 van Nederlandse Unesco-monumenten staat.
Om als fietser met de pont van Bergambacht (eigenlijk: buurtschap Bergstoep) naar de overzijde van de Lek te komen, moet je een met slalomhekken afgezet fietspad oprijden. De grote weg is verboden voor fietsers en bromfietsers. Van lieverlee koos ik toch maar het geslalom langs de hekken.

Hongerklop
’s Middags voor vertrek erwtensoep gegeten. Geen voedzame maaltijd, zo werd mij aan de overkant van de Lek duidelijk. Ik dreigde een hongerklop te krijgen en dat met het vooruitzicht door een regio te gaan rijden waar de zondagsrust hoog in het vaandel staat. In Streefkerk op een terrasje neergestreken en een tosti met kaas besteld en cola. Daarna de molens opgezocht.

Streefkerk: fundering Sluismolen

Streefkerk: fundering Sluismolen

Molens, molens en nog eens molens
Streefkerk is een eldorado voor de molenliefhebber. De SIMAV (Stichting Instandhouding van de Molens in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden) is druk doende het molencomplex van Streefkerk, dat uit zes molens bestond en waarvan er drie overgebleven zijn, aan te vullen met de herbouw van de in 1979 afgebrande Sluismolen. Op de fundamenten van deze molen zijn tijdelijk quasi-veldmuren gebouwd en is een scheprad geplaatst. Uit de polder Quackernaak bij Meerkerk is een ondertoren overgebracht, die over enige tijd op de fundamenten moet worden geplaatst.
Langs de weg staat een bruin ANWB-informatiebord over de geschiedenis van de molens in deze streek. Helaas is het bord te ver van de weg af geplaatst om de informatie die erop staat goed te kunnen lezen. Het prikkeldraad was te hoog om er zonder kleerscheuren overheen te klimmen. Restte mij me te verbazen over een aantal fundamenten aan de rand van de weg en een ring van een scheprad dat met onduidelijke bedoelingen in het weiland was achtergelaten.

Streefkerk: Oude Weteringmolen

Streefkerk: Oude Weteringmolen

Mijn blik verplaatste zich naar de Oude Weteringmolen, ver in het weiland gelegen, die met zijn fraaie zwart geteerde bovenhuis een sieraad was in het zonovergoten weiland, maar onbereikbaar was vanwege het ontbreken van een pad dat naar de molen leidt. Ik had over het weiland naar de molen kunnen lopen of fietsen, maar zoiets durf ik toch niet zo goed. De eigenaar van het weiland zou bezwaar kunnen maken of zijn hond op me los kunnen laten. Ik heb het niet op honden en ook niet op brandnetels en onverwacht verzakkende grond. Zodoende volstaan met een foto ter herinnering.
Ondertussen dacht ik aan de eerste keer, jaren geleden, dat ik met de fiets langs de molens in Groot Ammers reed en vervolgens door de Alblasserwaard, met al die mooie molens en boerderijen. “Een ander stukje Nederland” zei vorig jaar de uit Utrecht afkomstige molenaar van de Gelkenesmolen tegen mij en ik deel zijn mening nog steeds. Geen Vinexwijken maar onaangetaste kavels, weidse panorama’s en een gebied waarin het door de weersomstandigheden schitterend kan zijn maar waarin het er bij harde wind en regen ruig aan kan toegaan.

Streefkerk: Kleine Molen

Streefkerk: Kleine Molen

De Kleine Molen, die aan de rand van Streefkerk staat, kon wel van dichtbij worden bekeken. Een fraai exemplaar met een gitzwart geteerd bovenhuis. De bovenhuizen van de wipmolens van de Ammerse viergang zijn groen geverfd, wat kan betekenen dat de eigenaar of molenaar de protestantse geloofsovertuiging heeft. Het zwart geteerd zijn wijst erop dat de eigenaar of molenaar voor de meest goedkope oplossing heeft gekozen als het om het schilderen van het bovenhuis gaat.
In tegenstelling tot de wipwatermolens in Utrecht zijn de schepraderen van de wipwatermolens hier niet overkluisd. Dat maakt de aanblik levendiger en, als er water moet worden verplaatst, meer spectaculair. Het overkluizen van schepraderen is een veiligheidsmaatregel, waardoor voorkomen moet worden dat iemand tijdens het malen in de schepradkast valt, met alle noodlottige gevolgen van dien. Molens ademen romantiek, maar het mechaniek is gevaarlijk als je er op oneigenlijke wijze mee in aanraking komt.

Restauratiewerkzaamheden
Het werd langzamerhand tijd huiswaarts te gaan, maar niet zonder een blik te hebben geworpen op een ondertoren waaraan zo te zien restauratiewerkzaamheden werden verricht, bereikbaar over een fietspad, bedekt met platen.

Streefkerk: Broekmolen

Streefkerk: Broekmolen

Een moeder kwam aanwandelen met twee kinderen, die meer oog hadden voor het zand langs het fietspad dan voor de ondertoren. Moeder en ik wisten niet om welke molen het ging. Wel waren we van mening dat deze molen hier thuishoorde en niet vanuit een andere locatie hier was neergezet “omdat hij zo leuk in de omgeving past”. Op een paar kleine bordjes stond dat het om de Broekmolen ging. Thuis de molendatabase erop nageslagen. Daarin stond dat vorig jaar het bovenhuis van deze molen gedemonteerd was vanwege bouwvalligheid. Het is de bedoeling, zo wist de database te melden, de molen weer te herbouwen en draaivaardig op te leveren. De trap, de roeden en het kruirad lagen al klaar op het molenerf.
Richting Brandwijk fietste ik door de stille, verlaten polder over een smal weggetje, omzoomd met bomen, dat overging in een tweesporig fietspad. Af en toe zicht op een riviertje, zonder ook maar één geluid van een vogel of andere dieren. Heerlijke rust. Ik was hier nog nooit geweest, maar vond het een belevenis van jewelste.
In Brandwijk werd het allemaal weer wat bekender. Richting Groot Ammers gereden. Vóór de Achterlandse molen rechtsaf geslagen en richting Goudriaan, om uiteindelijk bij de Westermolen in Langerak uit te komen en vandaaruit naar Ameide te dwarrelen. Om 18:20 kwam ik bij het voetveer. Te laat, de vaartijd liep vandaag tot 18:00 uur. De veerman was druk bezig de pont vast te leggen. Hij voelde niet veel voor nog eens een overvaart. Ik kon me dat goed voorstellen, voor hem is het ook zondag. Dus koers gezet naar de Jan Blanken brug bij Vianen en daarna via Rijnenburg naar huis. Zouden er op de lantaarnpalen langs de N224 nog ooievaars zijn? Jazeker, vier in getal, vlakbij het AC restaurant. De foto’s die ik van ze maakte, bleken bij thuiskomst echter niet scherp genoeg. Volgende keer beter.

De Meern, 2 oktober 2011
Theo van Berkel

Fotoalbum →

Advertenties

Over Theo van Berkel

Enthousiast toerfietser die tijdens zijn tochten graag foto's maakt van beelden, boerderijen, landschappen en molens en die grappige situaties beschrijft die zich onderweg voordoen.
Dit bericht werd geplaatst in Fietstochten, Fotografie en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s