De Sallandse Heuvelentocht 2012, 80 km versie (TV De Zwaluwen, Deventer)

Doorkomstplaatsen
De Meern – Utrecht CS – (NS) – Deventer – Deventer Snipperling – Deventer Colmschate – Lettele – Dijkerhoek – Holten – Nationaal Park Sallandse Heuvelrug – Nijverdal – Hellendoorn – Luttenberg – Haarle – Heeten – Lettele – Deventer Colmschate – Deventer Snipperling – Deventer – Diepenveen – Olst – Den Nul – Wijhe – Herxen – Windesheim – Zwolle – (NS) – Utrecht CS – De Meern.
Solo. 136 km in 6:16:00; AvS: 21,7 km/u.
16-23-26o. Zonnig. NNW kracht 3.

Fotoalbum →

(aanklikken in dit blog van een foto resulteert in een vergroting)

2012-05-27 Sallandse HeuvelentochtVandaag, Eerste Pinksterdag, volop zon. In het oosten kans op stapelwolken en een donderklap. De Sallandse Heuvelentocht gereden, georganiseerd door de in Deventer gevestigde TV De Zwaluwen die twee routes had uitgepijld: één van 80 en één van 120 kilometer. Mijn klimcapaciteiten kennende, ging ik de 80 km-versie rijden. Het voltooien ervan zou haalbaar moeten zijn.
TV De Zwaluwen wil, dat staat op hun website, iedere toerfietser iets bieden. Lange en korte tochten, ver weg of dicht bij huis en altijd met een zodanige snelheid dat onder het motto “samen uit, samen thuis” iedereen het bij kan houden. Die snelheid is volgens de website 25-30 km/u. Een toerclub met pit!
Voor beide afstanden kon tussen 08.00 en 10.00 uur worden gestart. Op de routebeschrijving – niet op de website – stond dat voor beide afstanden 14.30 uur de sluitingstijd was, zodat de deelnemers maximaal 6,5 uur ter beschikking hadden. Ik startte om ongeveer 09.00 uur (kon niet vroeger, vanwege de trein) en finishte om 13.30 uur.
Het startpunt was Studio Perfect, een sportcentrum in Deventer. Volgens Google Maps lag dat vlak bij het station. Dat kwam goed uit; ik moest immers met de trein naar Deventer. Maar volgens de routekaartjes van TV De Zwaluwen lag het startpunt een paar kilometer oostwaarts aan de N344. Uit een linkje op de site van TV De Zwaluwen bleek dat Studio Perfect ook een vestiging had in Deventer Colmschate aan de N344. Gelukkig maar dat ik dat gisterenavond ontdekte, anders had ik het starten vandaag wel kunnen vergeten.
In alle rust met de trein naar Deventer gereden. In Amersfoort stapte een meisje in met een buitenmodel TREK-fiets met achterdrager, waaraan een grote Ortlieb-tas hing voor proviand. Ze ging ook meedoen aan de 80 km-versie en ook voor haar was het de eerste keer. Ze vond het leuk om in een onbekende omgeving vrije toertochten te rijden. In Apeldoorn stapte ze uit. Vandaaruit zou ze met een paar vrienden naar Deventer fietsen. ’s Middags, bij de finish, zag ik haar langs de kant van de weg zitten. Alleen. Ze had het een mooie tocht gevonden en vertelde voor haar doen goed te hebben gereden.

Dijkerbroek: molen De Hegeman

Dijkerbroek: molen De Hegeman

In alle vroegte: de man met de hamer
De afgelopen nacht had de warmte en het vooruitzicht op een prachtige fietstocht me uren lang wakker gehouden. Allesbehalve uitgerust aan de start verschenen. Tot aan kilometer 20 ging het aardig goed. Lange tijd langs de N344 gereden. Een licht glooiend parcours. Bij Dijkerhoek miste ik een pijl, maar dat was geen bezwaar vanwege het zicht op een mooie, gerestaureerde stellingmolen, genaamd “De Diekerhookse Mölle – De Hegeman”. “Hegeman” is de meisjesnaam van de weduwe van Hendrik Jan Klein Baltink, die in 1890 toestemming kreeg om op het erf waarop zij woonde een windkorenmolen en een bakkerij te bouwen.
Na de fotostop bij de molen vroeg ik me af waarom deze tocht “Heuvelen”tocht was genoemd. Ik was namelijk nog geen enkele heuvel tegengekomen. Het antwoord kwam in de tien volgende kilometers, toen de Holterberg en de Nijverdalseberg hun tanden in mijn kuiten zetten. Het moreel zakte als een baksteen. Fietsers, jong, ouder, man, vrouw, op moderne lichtgewicht racefietsen met vaak 30 versnellingen, die op een piemelverzetje de Holterberg en de Nijverdalseberg bestegen terwijl ik twee keer vlak voor de top moest gaan lopen omdat ik geen vaart meer kon maken. Deels werd dat door de slechte nachtrust veroorzaakt, deels door een scheef staand kleinste kransje achter, waardoor ik de kleinste versnelling niet durfde te gebruiken. Stel je voor dat de ketting zou breken! Dat moet je in het Nationaal Park Sallandse Heuvelrug niet hebben. Een niemandsland, zeker toen ik minutenlang niet werd ingehaald en geen pijlen meer zag. Hordes racefietsers kwamen me tegemoet. Zou ik door een gemiste pijl tegen de richting in zijn gaan rijden? De routebeschrijving bracht geen uitkomst, want in het Nationaal Park staat niet op elke hoek van de weg een straatnaambordje. Op kilometer 39, na de afdaling van de Nijverdalseberg te hebben voltooid, besloot ik om bij de eerstvolgende kuitenbijter het parcours te verlaten en naar Zwolle te rijden om vandaaruit met de trein naar huis te gaan. Zover kwam het niet. Bij de controlepost op kilometer 44 werd mijn moreel opgepept door een opmerking van een wat oudere fietser: “kijk, zo kan het ook”. We wisselden van gedachten over oude en nieuwe fietsen. Of aluminiumframes comfortabeler waren dan stalen frames zoals dat van mijn fiets (Reynolds 531), kon hij niet zeggen. Wel dat stalen frames niet kapot te krijgen waren.

Controlepost dagcamping De Luttenberg

Controlepost dagcamping De Luttenberg

Geen eremedaille
Bij de start had ik een deelnemerskaart gekregen met stempelvakken. “Daar doen we niet aan”, was het antwoord toen ik vroeg waar ik een controlestempel kon krijgen. Logischerwijs werd de kaart bij de finish, net als bij de Classico Giro Utrecht 2012, waar tussentijds eveneens niet werd gecontroleerd, evenmin afgestempeld. Een herinnering in de vorm van een vaantje of een medaille was er niet. Wel was er gelegenheid je te douchen of te laten masseren. Fijn, maar ik stel prijs op een blijvend aandenken.
De kraam met sportdrank en yoghurt-noga (ravitaillering hoort bij een twee-sterren-tocht) nam een prominente plaats in. Uit de gesprekken die de deelnemers met elkaar voerden, maakte ik op dat zich ergens op het parcours een fikse valpartij had voorgedaan, gelukkig zonder verwondingen of materiële schade. De organisatie van de tocht had de valhelm verplicht gesteld. Aan de finish hoorde ik deelnemers tegen elkaar zeggen dat ze met een gemiddelde van 28/u hadden gereden. Dat betekent een snelheid van 32 tot 35 km/u, waarbij de stukken er letterlijk en figuurlijk van af kunnen vliegen. Een valhelm is dan geen overbodige luxe, maar dat geldt eerder voor de Snelle Jelles dan voor de toerfietsers, die een lagere snelheid aanhouden. De start- en sluitingstijd van deze tocht werkt hoge snelheden in de hand. Wie om 10.00 uur nog wilde starten voor de 120 km-versie, moest binnen 4u30min finishen, wat op een gemiddelde snelheid van minimaal 26,7 km/u neerkomt voor wie geen pauze houdt, geen materiaalpech heeft en bij kruisingen en spoorwegovergangen geen oponthoud heeft. Naar mijn mening torpedeert dat het recreatieve element van een vrije toertocht. Voor de 80 km-versie was bij een rit van 4u30min non-stop een gemiddelde snelheid van 17,u km/u vereist.

Windesheim: boerderij

Windesheim: boerderij

Door naar Zwolle
Na de controlepost waren er geen heuvels meer in het parcours opgenomen. Kon ik de tocht toch nog uitrijden. Ik had de twee zakjes gel meegenomen die tijdens de Classico Giro Utrecht 2012 waren uitgedeeld. Volgens de verpakking zit er veel cafeïne in. Dat kwam goed uit. Cafeïne onderdrukt de honger en eetgelegenheden waren op dit parcours nergens te bekennen. Ik kreeg vleugeltjes, misschien door die gelzakjes, misschien omdat me langzamerhand duidelijk werd dat er geen kuitenbijters meer zouden zijn. In ieder geval kon ik stevig doorrijden, een enkele keer een foto makend van een mooi panorama.
Bij de finish gaf de fietscomputer 80,48 km aan. De gemiddelde snelheid was 22,48 km/u, ongekend hoog voor mijn doen. Het was half twee. Veel te vroeg om naar huis te gaan; ik kon best nog een stukje fietsen. Naar Apeldoorn rijden leek me een beetje saai. Het werd dus Zwolle, langs de oostelijke oever van de IJssel. Ik had aangename herinneringen aan een monsterrit van 219 km op 5 augustus 1992 die over een deel van de westelijke oever van de IJssel voerde. De rit langs de oostelijke oever viel me tegen. Op de IJsseldijk mocht alleen gemotoriseerd verkeer rijden. Het fietspad liep meestal aan de onderkant van de dijk of evenwijdig aan een provinciale weg. Geen fraaie uitzichten op de rivier. Het rijden van de LF3a-Hanzeroute was een alternatief geweest, maar leek me vandaag teveel van het goede.
Ter hoogte van Windesheim stond links van de provinciale weg een fraaie boerderij, die uitnodigde voor een fotostop. Kort na de fotostop stak de wind op en ontstonden er grijze stapelwolken die regen, donder en bliksem in het vooruitzicht stelden.
Tot in Zwolle bleef het grijs, maar droog. Op het station een halve liter vers geperst frambozen-sinaasappel-mandarijnensap gekocht bij de AH ToGo en in een paar slokken opgedronken, in afwachting van de trein naar huis. In Zwolle was het koel. In Utrecht en later in De Meern was het broeierig.
En zo was deze fietsdriedaagse goed voor zo’n 321 kilometer.

De Meern, 27 mei 2012
Theo van Berkel

Fotoalbum →

Advertenties

Over Theo van Berkel

Enthousiast toerfietser die tijdens zijn tochten graag foto's maakt van beelden, boerderijen, landschappen en molens en die grappige situaties beschrijft die zich onderweg voordoen.
Dit bericht werd geplaatst in Fietstochten, Fotografie en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s