Oude liefde roest niet! (De Meern – Schoonhoven – Bergambacht – Groot Ammers – Ameide – Jaarsveld – De Meern, 78 km)

Doorkomstplaatsen (routekaartje onderaan dit blog)
De Meern – Achthoven Oost – Heeswijk – Montfoort – Willeskop – Oudewater – Hoenkoopse Buurt – Vlist – Bonrepas – Schoonhoven – Ammerstol – Bergambacht – Bergstoep – Groot Ammers + molens – Graafland – Nieuwpoort – Langerak – Ameide – Jaarsveld – Graaf – De Copen – Benschop – Blokland – Knollemanshoek – Achthoven Oost – De Meern
Solo. 78,61 km in 3:36:20; AvS: 20,8 km/u.
Zonnige perioden en wolkenvelden. 17,7 – 22 – 18,7o. NNO kracht 1 – NNW kracht 2.

Fotoalbum →

(aanklikken in dit blog van een foto resulteert in een vergroting)

Kijk op het groene Zuid-Holland

Voorgeschiedenis
Op 27 mei 1990 fietste ik voor het eerst door de Alblasserwaard. De molens van Kinderdijk vormden het reisdoel. In die rit wilde ik proberen het jaargemiddelde op 100 kilometer te krijgen. Het resultaat was een monsterrit met een lengte van 175 kilometer.
In Kijk op het groene Zuid-Holland (Sietzo Dijkhuizen en Kees Scherer, Amsterdam, 1984) stond een paginagrote foto van één van de wipmolens langs de Ammerse Kade, even buiten Groot Ammers. In de rit van 27 mei 1990 stond ik oog in oog met die molen. De aanblik was even mooi en indrukwekkend als in Kijk op het groene Zuid-Holland en ik was verkocht. Na de molen bewonderd te hebben, reed ik door de Alblasserwaard naar Kinderdijk, langs de Graafstroom met haar karakteristieke krukhuisboerderijen, vaak gebouwd met gele ijsselsteentjes, met gevelstenen die herinnerden aan hoe hoog het water tijdens vroegere overstromingen was gestegen. De ingetogen sfeer in de Alblasserwaard was naar mijn gevoel vol van het christelijk geloof. De Alblasserwaard, een bijzonder stukje Nederland, dat me tot op de dag van vandaag bekoort.
In het door de SIMAV uitgebrachte boek over de molens in de Alblasserwaard en de aangrenzende Vijfheerenlanden staat een uit 1992 daterende foto van de vier molens langs de Ammerse Kade. Die foto was genomen vanaf De Hoek in Groot Ammers, aan het einde van de Graafland. In september 2010 maakte ik met de Olympus SP-590UZ camera een soortgelijke foto. Vandaag was het de beurt aan de nieuwe Panasonic Lumix DMC-FZ200 om kennis te maken met de molens.

Hoenkoopse Buurt: boerderij nr 5b

Hoenkoopse Buurt: boerderij nr 5b

Rechttoe rechtaan
Iets na twaalven vertrokken. Omdat ik ’s middags op tijd thuis moest zijn, had ik niet zoveel tijd tot mijn beschikking. Ik besloot dan ook de heenweg kort en strak te houden, dat wil zeggen langs de N228 naar Oudewater en via de Hoenkoopse Buurt en Vlist naar Schoonhoven, om daar over te steken naar Gelkenes en de “Ammerse Vierschaar” op te zoeken, zoals ik de molens van Groot Ammers gekscherend noem.
Rijdend vanuit Oudewater staan aan de linkerkant van de Hoenkoopse Buurtweg de meest uiteenlopende typen boerderijen. Een lust voor het oog. Er zijn eeuwenoude boerderijen en moderne, 19e eeuwse en 20e eeuwse boerderijen. IJsselsteentjes, bruine baksteen, blokpleister, het is er allemaal. De gevelstenen van enkele boerderijen herinneren met hun oude benamingen nog aan de tijden van weleer.
Vlak voor de overgang van de Hoenkoopse Buurtweg in de Hoenkoopserijweg sloeg ik linksaf, het Hoonaardpad in, dat aan de rand van Vlist uitkomt. Dit fietspad bestaat nog niet zo lang. Het wegdek is in die korte tijd snel verweerd geraakt. Over de hele lengte van het Hoonaardpad lijken grote stukken asfalt verbrokkeld te zijn. De gaten die hierdoor zijn ontstaan, zijn opgevuld met grind. Het pad is nog goed berijdbaar en oogt een stuk landelijker.
Langs de Vlist en in Bonrepas was het stil. Een enkele fietser, een enkele wandelaar. Met tamelijk grote snelheid reed ik na 38 kilometer Schoonhoven binnen.

Koerswijziging
Toen ik aankwam bij de afmeerplaats in Schoonhoven van de pont naar Gelkenes, was deze net vertrokken. Aan zowel de Schoonhovense kant van de Lek als de overkant stond een lange rij auto’s. Vanwege de beschikbare tijd besloot ik niet op de terugkomst van de pont te wachten maar door te rijden naar Bergambacht en via Streefkerk naar Groot Ammers te gaan.
Grote gele waarschuwingsborden maakten duidelijk dat de Lekdijk West richting Ammerstol en Bergambacht niet toegankelijk was. Dijkverzwaringswerkzaamheden! Een tijdje geleden waren er berichten dat de toestand van een aantal dijkdelen langs de Lek te wensen over liet, met overstromingsgevaar voor onder andere Oudewater en Montfoort. Blijkbaar werden hier de handen nu flink uit de mouwen gestoken. Voor mij zat er niets anders op dan langs de N210 naar Bergambacht te rijden.
Ter hoogte van Ammerstol vroeg een echtpaar mij hoe zij naar Kadijk konden fietsen. Zij waren bezig met de Bastideroute, een knooppuntenroute, maar nergens waren knooppuntenbordjes te zien. Met zijn drieën bestudeerden we de overzichtskaarten die ze bij zich hadden. Na enkele minuten werd duidelijk dat ze iets verder door moesten rijden en dan de N210 moesten oversteken. Even speelde ik met de gedachte hen te volgen; de polders in Kadijk en omgeving zijn ruig en erg mooi. Maar nee, doel is doel: op naar de molens!

Salto mortale
In het centrum van Bergambacht linksaf, de Dijklaan op richting de pont. Een stoet Solex-rijders, bezig met een toertocht, kwam me tegemoet. Aan het einde van de Dijklaan ging de weg omhoog, de dijk op. Terugschakelen en achter drie generaties fietsers (een oudere man, twee oudere vrouwen en een klein meisje: opa, oma, dochter en kleindochter) richting de dijk. Zonder haperen naar boven gereden. De twee vrouwen en het meisje stopten boven aan de dijk; de oudere man, die voor hen uit reed, fietste door en sloeg linksaf, de dijk op. Tot verbijstering van zijn familie en van mij raakte hij aan de overkant van de dijk met zijn voorwiel een plastic bermblok. Zijn fiets werd de hoogte in geslingerd. De man maakte een achterwaartse salto en viel op zijn rug. Gelukkig raakte zijn hoofd het wegdek niet. Nadat hij en zijn familie van de schrik bekomen waren, kon hij opstaan. Een schaafwond op zijn elleboog, verder geen letsel. Zijn fiets had de val schadevrij overleefd. Terwijl ik naar de pont fietste, gingen zij uitrusten op het terras van het aan de dijk liggende restaurant.

Armen en benen
Als eerste van een rijtje wachtende fietsers liep ik de pont op. Na mij kwam een oudere man met een hybride fiets met verende voorvork en aan weerszijden van de achterdrager bruine fietstassen. Het frame en het stuur zagen er grauwgrijs uit en wekten de indruk slecht geschuurd te zijn. Een merkwaardig gezicht. De man zag hoe ik zijn fiets van onder tot boven bekeek. “Nee mijnheer, hij heeft geen merk” zei hij. “Ik hou niet van merken, dus ik heb ze weggeschilderd. Het is trouwens een TREK-fiets”. De man bleek al meer dan 40 jaar toerfietservaring te hebben en vertelde frames te hebben gebouwd. Mijn aloude Gazelle stond hem wel aan. Het deed hem denken aan zijn vroegere Jan Janssen racefiets. Dat hij nu op een hybride fiets reed, had zijn reden. “Er zijn mensen die met hun benen fietsen, maar er zijn er ook die met hun armen fietsen en daar ben ik er één van” zei hij. “Afleren gaat niet. Nu kan ik niet meer voorover leunen en ben ik dus op deze fiets aangewezen.” Dit weerhield hem er niet van lange toertochten te maken.

Groot Ammers: de molenviergang

Groot Ammers: de molenviergang

De molens
De tijd was te krap om vanaf Bergstoep naar Streefkerk te fietsen. Om die reden sloeg ik ter hoogte van de Halfweg (toepasselijke naam) linksaf en daalde af, de polders in. Aan het begin van de afdaling is het uitzicht over de polders links en rechts van de Halfweg majestueus: weids en malsgroen, met zicht op de sloten en kavels.
Linksaf, de N480 (Middenpolderweg) op richting Groot Ammers, over een goed begaanbaar fietspad. Na een paar kilometer werd het een gewone weg tussen de boerderijen door.
Langzaamaan kreeg ik zicht op de molens langs de Ammerse Kade. De Gelkenesmolen en de Achterlandse Molen waren vol bezeild in bedrijf en zwaaiden me vrolijk toe. Eenmaal bij de Ammerse Kade, bleek de molenaar van de Gelkenesmolen ermee opgehouden te zijn. De wieken, zonder zeilen, stonden in lange rust.
Aangekomen bij De Hoek, de camera uit de stuurtas gehaald en de nodige foto’s genomen. Thuis zou ik uitzoeken welke de mooiste was.

Hongerklop
Voorafgaand aan de fotostop bij de molens dreigden mijn benen, die tot dan toe als stevige drijfstangen een voor mijn doen hoge snelheid bewerkstelligden, het te begeven. Voor mijn gevoel klapperden ze alle kanten uit. Stevige slokken Appelsien hielpen niet. Hongerklop, noemen ze dat in het peloton. Ik had vanochtend om tien uur ontbeten en was zonder lunch vertrokken. Stom!
De stuurtas geopend in de veronderstelling dat daar nog Sultana wafeltjes in zaten. Nee! Dus werd het tijd voor cola en een stevig Magnum-ijsje. Langs de dijk in Groot Ammers was er in een café wel cola voorradig maar vanwege het voorbij gegaan zijn van de verloopdatum durfde de uitbater het niet aan mij een van zijn ijsjes te geven. Broodjes waren er niet. “Volgende week haal ik nieuwe voorraad ijsjes” zei hij. “Dan zie je me een keer terug” was mijn antwoord.
Terwijl ik de cola in drie slokken naar binnen werkte, streken vier toerfietsers naast mij neer. Eén van hen had op mijn fietscomputer gekeken en merkte op: “46,6 km? Dat is de moeite niet.” “Blokje om, jongens, dus dan weet je het wel.” Lachen alom. Het mooie weer nodigde uit tot gezelligheid.

Graafstroom: zwanen

Graafland: zwanen

Nieuwe wegen
Even dacht ik dat het al vier uur was, maar een blik op de wijzerplaat van de toren van de kerk in Groot Ammers maakte duidelijk dat het nog maar drie uur was. Gelukkig; ik hoefde niet te jagen en te jakkeren om op tijd thuis te zijn.
Ik voelde er niet veel voor om over de Lekdijk naar Vianen te rijden. Een overbekend tracé met als het even tegenzat grote groepen tegemoetkomende en voorbijdaverende motoren. Me een stukje “Arno Wallaard Memorial tocht” herinnerend, reed ik de Graafland af. Eenmaal buiten Groot Ammers, belandde ik in het gelijknamige buurtschap. In een sloot rechts van mij waren twee zwanen met witte lijven en zwarte halzen druk doende eten te schnabbelen door een krooshek heen. Ik vroeg me af hoe het kwam dat ze eruit zagen zoals ze eruit zagen.
Aan het einde van de Graafland de N210 overgestoken en de rit vervolgd over de Tiendweg, een smalle weg achter Nieuwpoort en Langerak langs, die uiteindelijk in Ameide zou uitkomen. Links van dit weggetje bebouwing en laagstamboomgaarden, rechts weilanden en mooie uitzichten over de polders. Nog niet eerder hier geweest. Niet altijd is het een verrassing als je van een vast tracé afwijkt. Vandaag was het één groot feest.

Jaarsveld: polsstokverspringen

Jaarsveld: polsstokverspringen

Fierljeppen in Jaarsveld
Langzamerhand begon de cola die ik in Groot Ammers had gedronken, haar uitwerking te verliezen. Ameide binnenrijdend, vroeg ik me af of ik er verstandig aan zou doen naar Vianen te rijden en via de Jan Blanken brug naar huis te fietsen. Het leek me beter om via het voetveer Ameide – Jaarsveld de route naar huis iets in te korten. Zo gezegd, zo gedaan.
Het zekere voor het onzekere nemend, ging ik in Ameide eerst op zoek naar cola. Snel gevonden, snel gedronken. Daarna naar het voetveer gefietst en aan boord ter herinnering aan deze tocht een boekje gekocht met daarin citaten van uit 1900 daterende beschrijvingen van Herman de Man van de Lopikerwaard (zijn roman Het wassende water (1925, verfilmd voor televisie in 1985, speelt zich in de Lopikerwaard af).
Tijdens de overtocht klonk vanaf de overkant een lage, doordringende stem alsof er ergens een festival aan de gang was. Aangekomen in Jaarsveld, zag ik dat in recreatiegebied Salmsteke polsstokverspring-wedstrijden aan de gang waren. De stem die ik had gehoord, was de stem van de commentator. De voorrondes liepen ten einde. Aan de springende deelnemers te zien was het vuur eruit. De meeste deelnemers die ik zag springen, konden wel omhoog klimmen op de polsstok, maar haalden de overkant niet.

Weersomslag
Even buiten Jaarsveld begon de lucht te betrekken. Ook stak de wind op. Om een of andere reden kon ik toch goed tempo blijven rijden, ondanks dat de wind naar het noordwesten was gedraaid.
Langs de N204, voorbij het industrieterrein De Copen, naar Blokland. Daar rechtsaf en door een uitgestorven Heeswijkse polder. Geen fietsers, geen wandelaars, geen vee in de weilanden. Wel gemaaid gras, wachtend op hooien.
In De Meern werd het grijze karakter van de hemel opgefleurd door de oranje vlaggenslingers die her en der de straten overspanden ter gelegenheid van het naderend wereldkampioenschap voetbal. Met een voldaan gevoel thuis gekomen, terugblikkend op een mooie rit door geliefd land, bij tijd en wijlen over wegen en weggetjes die ik nog niet kende.

De Meern, 31 mei 2014
Theo van Berkel

Fotoalbum →

Routekaartje
Gedetailleerde kaart op https://www.strava.com/activities/147679103
GPS-download: voer de URL van de kaart in  op http://strava-tools.raceshape.com/vpu

Routekaartje "Ammerse Vierschaar"

Routekaartje “Oude liefde roest niet”

Advertenties

Over Theo van Berkel

Enthousiast toerfietser die tijdens zijn tochten graag foto's maakt van beelden, boerderijen, landschappen en molens en die grappige situaties beschrijft die zich onderweg voordoen.
Dit bericht werd geplaatst in Fietstochten, Fotografie en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s