De Heilige Maagd en de Rode Duivels (Reusel – Scherpenheuvel – Aarschot – Herentals – Oud Turnhout – Reusel, 151 km)

Doorkomstplaatsen (routekaartje onderaan dit blog)
Reusel – (B) Postel – Gompel – Hoolst – Olmen – Kwaadmechelen – Tessenderlo – Schoot – Zichem – Scherpenheuvel – Rillaar – Aarschot – Ramsel – Westmeerbeek – Heultje – Morkhoven – Herentals – Heerle – Poederlee – Mazel – Tielen – Oud Turnhout – Arendonk – (NL) Reusel
Met mijn fietsmaat. 151 km in 7:22:43; AvS: 20,36 km/u.
Zonnig, in de middag af en toe stapelwolken. 22o. Zwakke, veranderlijke wind.

Fotoalbum →

(aanklikken in dit blog van een foto resulteert in een vergroting)

Een fietstocht in België
Enkele dagen geleden wisselden mijn fietsmaat en ik ideeën uit over een vandaag te rijden grote fietstocht. De weersvooruitzichten waren meer dan goed; we zouden tot in de avond kunnen rijden. Een vrije toertocht in Zuidwest Drenthe? Dat sloeg bij mijn fietsmaat niet aan; voor Noord-Nederland werd regen in het vooruitzicht gesteld. Jammer van de hunebedden, zei ik, wetende dat zij daar een liefhebster van is. Niet alleen in Drenthe, ook in België zijn hunebedden. De moeite van een bezoek waard, vond mijn fietsmaat, maar dat zou een meerdaagse tocht vergen en zoveel tijd hadden we niet.
Op vrijdagavond deed mijn fietsmaat het voorstel met de fietsen in de auto naar het zuiden te rijden om in het Belgische Scherpenheuvel de Onze-Lieve-Vrouw basiliek met een bezoek te vereren, ook om met eigen ogen te zien of Scherpenheuvel het drukst bezochte Belgische bedevaartsoord is. Die eer valt volgens haar namelijk te beurt aan Banneux, dat ze ieder jaar met een vriendin bezoekt. Voor de gelegenheid had ze met behulp van een Belgische routeplanner (waarop ook knooppunten tot aan midden-Nederland staan) een rondje van 150 kilometer aan elkaar geknoopt met Reusel als vertrek- en aankomstplaats en Aarschot als meest zuidelijke plaats.
Om acht uur ’s morgens vertrokken we vanaf het BP tankstation aan de Meerndijk. Er was weinig verkeer, zodat we om iets over negenen in Reusel aankwamen. Het kostte niet veel tijd of moeite om de auto aan de kant te zetten. Om kwart over negen zaten we op de fiets.

Abdij Postel: kerk

Abdij van Postel: St. Niklaaskerk

De Abdij van Postel
Vlak over de – niet gemarkeerde – Nederlands-Belgische grens, na nog geen tien kilometer, kwamen we bij de Abdij van Postel, gelegen in bosrijk gebied. De kerkklok riep de gelovigen op om de mis bij te wonen. Niet alleen Belgische katholieken gaven hieraan gehoor, ook Nederlandse katholieken.
De geschiedenis van de Abdij van Postel gaat terug tot 1140, toen er zich een groepje Norbertijnen vestigde, zes jaar na het overlijden van Norbertus, de stichter van hun orde. De gebouwen van de abdij dateren uit verschillende eeuwen. Er is een kruidentuin en een kaasmakerij. Naast kaas produceert de abdij brood en speculaas. De abdijkerk, gewijd aan St. Niklaas, dateert uit 1190. In de zeventiende eeuw vond een verbouwing plaats, waarbij gotiek werd toegepast.

Fietsploeg wacht bij de brug

Een Belgische wielerploeg wacht bij een brug

Langs strakke waterwegen
Voorbij Postel sloegen we linksaf, de Desselsedreef in. Eerst voerde de dreef door bos- en landbouwgebied, later langs een kanaal. Over een smal pad zoefden we voort, af en toe ingehaald of tegemoet gereden door een wielrenploeg.
De Desselsedreef ging over in een betonnen jaagpad aan de linker oever van het kanaal Dessel – Turnhouts – Schoten – Kwaadmechelen. Kilometers lang zouden we langs dit stille kanaal rijden waarop geen schip te bekennen viel. Af en toe passeerden we een havengebied. Waar twee kanalen elkaar kruisten, leek het alsof men een diepe waterplas had gegraven. Het wegdek was van goede kwaliteit. Met de wind in de rug konden we flink vaart maken.
De wielerploegen die we in de ochtend regelmatig tegenkwamen, bestonden uit tien tot veertien racefietsers. Ze waren gekleed in maillots van profclubs als Omega QuickStep of in maillots van een plaatselijke shirtsponsor. De leden van de wielerploegen reden in strakke formatie, steeds met twee man naast elkaar. Ze gedroegen zich uitermate rustig: geen schreeuwende aanwijzingen, niet de weg afsnijden. Zo te zien waren ze goed op elkaar ingespeeld. Vergeleken met Nederlandse wielerploegen was dit een ware verademing.

Oud spoor tot in het oneindige

Oud spoor tot in het oneindige

Oude spoorlijn
De route die mijn fietsmaat had uitgeknoopt, voerde voor een belangrijk deel langs kanalen. Het tweede deel van de heenweg naar Scherpenheuvel voerde tot Tessenderlo langs een oude, roestige, goed onderhouden, niet geëlectrificeerde, kaarsrechte spoorlijn tussen de akkers en weilanden door.  De rails waren niet overwoekerd met gras of andere vegetatie, wat deed vermoeden dat de lijn nog steeds in gebruik was. Wij hebben geen trein voorbij zien komen.
Terwijl we in de buurt van een onbewaakte spoorwegovergang pauzeerden en ons tegoed deden aan Appelsien en Sultana wafeltjes, stopte een auto. De chauffeur vroeg ons of we hier een wandelgebied wisten. In mijn beste Frans antwoordde ik dat we niet uit deze omgeving afkomstig waren en hem dus niet van dienst konden zijn.

OL Vrouw basiliek: vooraanzicht

Onze-Lieve-Vrouw basiliek: vooraanzicht

OL Vrouw basiliek: hoofdaltaar

Onze-Lieve-Vrouw basiliek: hoofdaltaar

De Onze-Lieve-Vrouw basiliek van Scherpenheuvel
Voorbij Zichem begon de weg te klimmen tot aan 66 meter hoogte in het centrum van Scherpenheuvel. Echt zwaar was het klimmen niet, meestal 2 %, een enkele keer over een kort stukje 4 tot 5 %. In dit gebied heeft de schrijver Ernest Claes gewoond, bekend van zijn streekroman De Witte.  De televisieserie Wij, Heren van Zichem, rond 1970 uitgezonden in Vlaanderen en Nederland, waarin de inhoud van een aantal boeken van Claes is verfilmd, is voor een deel in het naburige Zichem opgenomen.
De Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel staat op het Isabellaplein, het hoogste punt van Scherpenheuvel. In oude tijden stond op de heuvel een eik, die als heilig werd beschouwd en aanbeden werd. In latere tijden werd een eikenhouten mariabeeldje aan de boom gehangen. Aan een herder, die het beeldje, dat uit de boom was gevallen, mee wilde nemen, maakte Maria duidelijk dat zij op deze plaats een heiligdom wilde.
Tijdens de reformatorische onlusten in het begin van de tweede helft van de zestiende eeuw verdween het Mariabeeldje. Dit weerhield de katholieken er niet van op bedevaart te gaan naar de eik. Toen een kosteres in 1587 een nieuw Mariabeeldje aan de katholieken schonk, ontstond het gerucht dat het beeldje naar haar oorspronkelijke plaats was teruggekeerd.
In 1602 liet de toenmalige pastoor een kapel naast de eik bouwen, om de eik min of meer te onttronen. Zij die tot Maria kwamen bidden, bezochten niet alleen de kapel, maar ook de eik. De kapel werd snel te klein, zeker toen er in 1603 een grote uitbraak van de pest was. In 1607 gaven de aartshertogen Albrecht en Isabella van Oostenrijk opdracht tot het bouwen van een kerk, de Onze-Lieve-Vrouw kerk. In 1627 vond de inwijding plaats. In 1922 werd de Onze-Lieve-Vrouw kerk tot basiliek verheven.

OL Vrouw basiliek: zijaanzicht

Onze-Lieve-Vrouw basiliek: zijaanzicht

OL Vrouw basiliek: stil gebed

Onze-Lieve-Vrouw basiliek: de eik

De Onze-Lieve-Vrouw basiliek is de oudste koepelkerk in de Lage Landen en is de moeite van een bezichtiging meer dan waard. De omtrek van de basiliek heeft de vorm van een zevenster en de koepel is versierd met 298 vergulde zevenpuntige sterren. Het getal 7 symboliseert de zeven vreugden en de zeven smarten van Maria.
Boven de van ornamenten voorziene lijst van een Mariatafereel, geschilderd door Theodorus van Loon, prijkt een beeld van de oude eik, geflankeerd door beelden van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders.
Op één van de gebrandschilderde ramen aan de onderzijde van de koepel zijn de aartshertogen Albrecht en Isabella afgebeeld.
De basiliek heeft zijkapellen, die opgetrokken zijn uit ijzerzandsteen, in de nabije omgeving gedolven. De zijkapellen zijn middels een rondgang met elkaar verbonden.In de basiliek en de zijkapellen hangen talloze schilderijen waarop religieuze taferelen zijn uitgebeeld, en staan talloze beelden.
In een kapel aan de achterzijde van de basiliek is er gelegenheid voor gebed en het opsteken van een devotiekaars bij een Mariatafereel.
Op het terrein buiten de basiliek zijn heuvelafwaarts twee kruiswegstaties aangelegd, waarvan er één toegankelijk is voor mensen die van een rolstoel afhankelijk zijn.
Aan de zijkant van de basiliek worden devotiekaarsen verkocht. Men kan zich daar ook inschrijven voor de Heilige Mis en een priester consulteren.

Klein, middel of groot
“Je kan niet in België zijn geweest zonder frites te eten” zei mijn fietsmaat, nadat we de basiliek bezichtigd hadden. In de buurt van de basiliek vonden we een kleine eetgelegenheid, die vanwege het wereldkampioenschap voetbal versierd was met de Belgische vlag, slingers en posters. De vrouw achter de toonbank vertelde dat er drie formaten bakjes waren: klein, middel en groot. We kozen ieder een klein bakje, met fritessaus. Toen de bakjes geserveerd werden, vielen we bijna om. Een dergelijke hoeveelheid frites zou in Nederland als “middel” worden aangemerkt.
Met de vrouw en haar echtgenoot wisselden we van gedachten over de kansen van de Rode Duivels, zoals het Belgisch nationale elftal van oudsher wordt genoemd, en die van de Nederlanders. Met verbazing luisterden ze naar onze beschrijving van de fietsroute die we gevolgd hadden. “Of mevrouw ook zo gefietst had?” vroegen ze. “Jazeker” zei mijn fietsmaat; “hoe meer je fietst, hoe sterker de benen.” Zo te zien hadden de vrouw en haar echtgenoot weinig fiducie in onze verdere fietsplannen die zo’n honderd kilometer zouden vergen. De lucht begon te betrekken. Grijze stapelwolken alom. De wereld zag er ineens minder vrolijk uit.

Aarschot

Aarschot

Naar het vlakke land
We verlieten Scherpenheuvel in westelijke richting, maar niet eerder dan nadat ik bij een van de vele souvenirwinkels een aandenken aan deze fietstocht had gekocht: een porseleinen schoteltje met een afbeelding van de basiliek.
Tot enkele kilometers buiten Scherpenheuvel is er een mooi uitzicht over het heuvelachtige gebied. Daarna volgt een korte afdaling naar het vlakke land, waarin we over een fietspad langs de hoofdweg richting Aarschot fietsten, de stad die de bijnaam “Parel van het Hageland” draagt.
In het centrum van Aarschot werden voorbereidingen getroffen voor de voetbalwedstrijd tussen België en Rusland die vanavond zou worden gespeeld. Tussen twee grote luidsprekers, waaruit keiharde muziek klonk, stond een levensgroot televisiescherm. Een informatiepaneel aan de rand van het plein maakte gewag van de droevige lotgevallen van Aarschot tijdens de “Grote Oorlog”, de Eerste Wereldoorlog.

Aarschot: de Witte Molen

Aarschot: de Witte Molen

Uitstel van restauratie
Voorbij Aarschot zou de uitgeknoopte route noordwaarts richting Turnhout voeren, langs spoorbanen en over vroegere spoordijken. “Wat heb je liever: een kanaal of een spoorlijn?” vroeg mijn fietsmaat. Mijn voorkeur ging uit naar een spoorlijn.
Na enig zoeken lieten we de bebouwde kom van Aarschot achter ons. Mijn aandacht werd getrokken door een molen aan de rand van een maïsveld, waarvan de wieken in erbarmelijke staat verkeerden. Dit was de Witte Molen, een beltmolen, daterend uit 1920, die in 1953, in vervallen staat, tot restaurant was verbouwd. Bij die verbouwing werd de belt vervangen door een bakstenen onderbouw, waardoor de molen het uiterlijk kreeg van een stellingmolen. In 1994 werd aan de Witte Molen de status van beschermd monument toegekend. Een vergunning om in de onderbouw een speelhal en een bowling te vestigen, werd niet afgegeven. In 2009 werd besloten de Witte Molen en haar omgeving te restaureren. Uit de aanblik die de molen ons vandaag heeft geboden, kan worden opgemaakt dat met de uitvoering van die plannen nog geen aanstalten is gemaakt.

Nogmaals: het spoor
Tussen Aarschot en Herentals voerde de route over voormalige spoordijken. Aan weerszijden bomen. Af en toe reden we langs betonnen palen met borden of opschriften die in vroeger tijden de machinisten informeerden over de snelheid die ze moesten aanhouden of het station dat ze zouden naderen. Voormalige stationsgebouwen hebben we niet gezien, wel, in de buurt van Morkhoven, een oud, verroest, overwoekerd dubbelspoor dat in enkelspoor overging.
De voormalige spoordijken lenen zich niet tot jakkeren en jagen. Elke kruising is voorzien van een kasseienstrook en slalomhekken noodzaken tot snelheid minderen. Gezinnen met kinderen fietsen hier, zo merkten we vandaag, graag. Alle, maar dan ook alle kinderen die er in gezelschap van hun ouders fietsten, droegen een fietshelm.

Herentals: Rode Duivels

Herentals: Rode Duivels

De Rode Duivels 
In Morkhoven deden we ons tegoed aan cola. Op de blikjes was Daniel van Buyten afgebeeld, een van de spelers van het Belgische nationale elftal. Dit zou een voorproefje zijn van wat ons in Herentals te wachten stond.
Vanwege de voetbalwedstrijd van vanavond was het marktplein in het centrum van Herentals voor alle verkeer afgezet. We werden onthaald met een keihard tromgeroffel. Een groep van tien in Belgisch rood geklede drummers, geleid door een trommelaar die met een scheidsrechtersfluitje commando’s gaf, sloeg in hoog, opzwepend ritme met harde klappen het glazuur van de dakpannen terwijl drie meisjes, uitgedost in Braziliaanse glitterjurkjes, over de straat dansten alsof ze in een ballroom waren. Wij genoten ervan, evenals de omstanders, die gekleed waren in Belgische voetbalshirts en de Belgische driekleur geschminkt hadden. Sommige vrouwelijke supporters droegen duivelshorens in het haar. Twee mannen droegen een rode drietand.

Zandhappen
Met het tromgeroffel naklinkend in onze oren zetten we koers naar Turnhout, om precies te zijn naar knooppunt 14, even buiten Herentals. Het wegdek van de Heistraat, aan de rand van Herentals, waarlangs het knooppuntbord stond dat we moesten volgen, zat vol gaten en was erg mul. Reden voor mij om af te stappen en voor te stellen terug te rijden naar het centrum van Herentals en over de grote weg op Turnhout aan te koersen. In gedachten zag ik mijn dunne wielen dubbel klappen bij al die onregelmatigheden. Mijn fietsmaat had haar twijfels bij mijn voorbehoud. Ze vond het wegdek minder rampzalig dan ik. Niet verwonderlijk als je in tal van landen in en buiten Europa hebt gefietst over wegen van uiteenlopende kwaliteit (of de afwezigheid ervan). Ze zag ook dat tal van “dikke banden fietsers” ons tegemoet en voorbijreden. Maar ook zij had geen zicht op knooppunt 14. Er zat niets anders op dan de Wijngaard in te rijden, een geasfalteerde parallelweg. Binnen de kortste keren ontaardde die in een grillige zandweg, wat bij mij het moreel als een baksteen deed zakken. Mijn fietsmaat haalde haar smartphone tevoorschijn, waarmee we ons konden oriënteren op de omgeving en een uitweg konden zoeken. Na een paar honderd meter kwamen we uit op de Watervoort, een geasfalteerde weg, waarlangs een knooppuntbordje ons linksaf naar knooppunt 14 verwees.

Tielen: watermolen

Tielen: watermolen

Veranderend landschap
Gaandeweg richting Turnhout veranderde het landschap. In de Antwerpse Kempen, waarin we ons ondertussen bevonden, vierden land- en tuinbouw hoogtij. Aardappelvelden, maisvelden en velden met bladgroenten. Rijen bomen begrensden de kavels. Het maakte de rit erg gevarieerd.
De bewolking brak, de zon deed zich weer voelen. In een rustig tempo werden we richting Turnhout, opgepept door cola. In de buurt van Tielen klonk het geklater van water en het gekwaak van kikkers. Ons oog viel op het oude, slanke, roestige, metalen waterrad van de naamloze watermolen van Tielen, gelegen aan de Aa. Deze watermolen dateert uit 1681 en had vroeger de functie koren te malen.

Arendonk: de Toremansmolen

Arendonk: de Toremansmolen

De laatste loodjes
Bij het naderen van Turnhout viel het ons op dat het stil was op straat. Ongestraft konden we een doorgaande provinciale weg oversteken, zonder gebruik te maken van de fietstunnel, zo stil was het. Iedereen was aan de buis of het grote scherm gekluisterd voor het volgen van de wedstrijd België – Rusland.
Voorbij Turnhout werd het regelmatig opnieuw zandhappen. Het mooie van het Liereman reservaat, waardoorheen we fietsten, onttrok zich dan ook deels aan mijn oog. Op zeker moment werden de fietspaden echter beter begaanbaar. Een bosrijk gebied met tussen de bomen door mooie uitzichten en verderop weer aardappelvelden in bloei.
In Arendonk ontwaarden we de wieken van een molen die de tand des tijds beter leken te hebben doorstaan dan de Witte Molen in Aarschot. Het waren de wieken van de Toremansmolen, een uit 1809 daterende achtkante koren- en oliemolen (een voor de wereld unieke combinatie van maalfuncties). Het achtkant is bedekt met schaliën. De molen verkeerde in een uitstekende staat.
Voorbij de grensovergang werden we, ten westen van de N224, verrast door de rust van het bos en het uitzicht op meertjes.
Aangekomen in Reusel, kostte het ons niet al teveel moeite de auto te vinden en terug te gaan naar huis.

De Meern, 22 juni 2014
Theo van Berkel

Fotoalbum →

Routekaartje
Gedetailleerde kaart op https://www.strava.com/activities/156838391
GPS-download: voer de URL van de kaart in op http://strava-tools.raceshape.com/vpu

Routekaartje "De Heilige Maagd en de Rode Duivels"

Routekaartje
“De Heilige Maagd en de Rode Duivels”

Advertenties

Over Theo van Berkel

Enthousiast toerfietser die tijdens zijn tochten graag foto's maakt van landschappen, boerderijen en molens en die grappige situaties beschrijft die zich onderweg voordoen.
Dit bericht werd geplaatst in Fietstochten, Fotografie en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s