Het spookslot van de gravin (De Meern – Hilversum – ruïne van Almere – Blaricum – Hollandsche Rading – De Meern, 114 km)

Doorkomstplaatsen (routekaartje onderaan dit blog)
De Meern – Alendorp – Vleuten – Maarssen – Oud-Zuilen – Maarsseveen – Molenpolder – Oud Maarsseveen – Tienhoven – Egelshoek – Hilversum – Bussum – Hilversumse Meent – Naardermeer – Hakkelaarsbrug – Muiderberg – Almere Haven + ruïne – Blaricum – Eemnes – Baarn – kasteel Groeneveld – Hollandsche Rading – Maartensdijk – Nieuwe Wetering – Groenekan – Utrecht – De Meern 
Solo. 113,82 km in 6:25:11; AvS: 17,73 km/u.
In aanvang half bewolkt. Bui bij Muiderberg, daarna wisselend bewolkt. 18,0 – 21,6 – 20,4º. ZW kracht 2 – NW kracht 2.

Knooppunten (vertrek en aankomst: De Meern, knooppunt 76)
76 – 21 – 22 – 54 – 13 – 16 – 18 – 46 – 45 – 47 – 48 – Keverdijk – De Goog – 17 – 18 – 26 – 25 – 31 – 33 – 78 – Oude Waterlandseweg – ruïne van Almere – 83 – 84 – 85 – 91 – 92 – 46 – 99 – 75 – 1 – 2 – 24 – 21 – 16 – 22 – 56 – 83 – 82 – 99 – 92 – 91 – Gageldijk – Einsteindreef – Marnixlaan – St. Josephlaan – Cartesiusweg – Vleutenseweg – Gele Brug – kade langs Amsterdam-Rijnkanaal – 23 – 1 – 76
GPS-download op route.nl.
Laatst bijgewerkt: augustus2016. Controleer op route.nl of er wijzigingen zijn!

Fotoalbum →

(aanklikken in dit blog van een foto resulteert in een vergroting)

Deze fietstocht voert door een deel van het Vecht- en Plassengebied, langs de rand van het Noorderpark, door de bossen rond Hilversum en langs het Naardermeer. Na de Hollandsebrug fietst u naar de ruïne van Almere en vervolgens door het Almeerderhout, een groot bos, naar de Stichtsebrug. Daar verlaat u Flevoland en fietst u langs de polders van Eemnes, door landgoed Groeneveld, Hoge Vuursche en het Maartensdijkse Bos. Via de Ruigenhoeksepolder en Utrecht-Noord en – West komt u weer in De Meern.

DVD box Nederland van Boven serie 1

DVD box Nederland van Boven seizoen 1

Een eigentijdse ruïne
In aflevering 10 van het eerste seizoen van Nederland van Boven (VPRO, 2011/2012) werden luchtopnamen getoond van de ruïne van Almere, een kasteel waarvan de bouw, die in februari 1999 begonnen was, in augustus 2002 was stilgelegd. De luchtopnames van de ruïne volgden op luchtopnames van de overblijfselen van het Romeins marskamp op de Ermelosche heide. “Sporen en bakens, gelaten voor wat het is …” luidde het commentaar van Roel Bentz van den Berg, de presentator van Nederland van Boven, op de beelden van het Romeinse marskamp. Hij vervolgde met de woorden “… omdat we het vanaf de grond niet konden zien of door menselijk falen.” Terwijl de ruïne van Almere in beeld kwam, zei Bentz van den Berg: “Het lijkt oud, maar het is nooit wat geworden omdat het geld op was.”
De luchtopnames van de ruïne van Almere laten een vierkant, door een gracht omgeven kasteel zien met drie ronde hoektorens en een donjon, een woontoren. De betonnen wanden zijn deels bedekt met metselwerk waarvoor kloostermoppen gebruikt zijn, middeleeuwse bakstenen, afkomstig van drie kasteelruïnes in Hongarije die met de grond gelijk zijn gemaakt. Er is geen dakbedekking. Zo te midden in het bos gelegen, oogt het allemaal erg macaber.
In oktober 2015 is de ruïne van Almere aangekocht door themaparkbedrijf Witch World. Dit bedrijf wil de bouw van het kasteel en haar bijgebouwen voltooien en er een middeleeuws pretpark van maken, dat in 2019 haar poorten voor jong en oud open stelt.
Voorzover ik wist, was de bouw nog niet hervat. Alle reden om met de Zwarte Reus op zoek te gaan naar de ruïne op, die als alles volgens plan verloopt vanaf 2019 bewoond zal worden door Elaine van Berlichem, de gravin van Almere.

Een duister voorteken
Tamelijk vroeg vertrokken. Het was half bewolkt en fris, maar niet te fris. Met het oog op een overdrijvende bui mijn regenjackje in de zadeltas gedaan. Er ontbrak iets, maar ik wist niet wat. Bij het stoplicht bij de Meernbrug zag ik dat ik mijn bidons vergeten was.  Terug naar huis om ze op te halen. Dit overkomt me nooit. Het beloofde niet veel goeds.
Via Vleuten naar Maarssen en daarvandaan een stukje langs de Vecht. De Westbroekse watermolen maalde met volle zeilen. De verbrande ondertoren van wipmolen Buitenweg was afgedekt met planken. De molen mag weer worden herbouwd en blijft aanspraak maken op de monumentenstatus. Er waren nog voldoende oorspronkelijke delen voor gebruik vatbaar. Een in Friesland volledig verbrande molen werd nieuw gebouwd, waardoor de Rijksdienst voor Monumentenzorg haar handen ervan af trok. Zonder rijkssubsidie is een molen ten dode opgeschreven omdat het onderhoud niet kan worden bekostigd. Gelukkig voor die molen werd dat besluit teruggedraaid.

Maarsseveense Plassen

Maarsseveense Plassen

Tienhovens Kanaal: Noorderpark: Eendenkooi van Breukeleveen

Tienhovens Kanaal: Noorderpark: eendenkooi van Breukeleveen

Grand travail inutile
Door het gebied van de Maarsseveense Plassen. Met dit halfbewolkte weertype waren er niet veel strandgasten, wel wandelaars. Aan uitlopers van de Maarsseveense Plassen is het goed toeven. Een zwaan die voor een paar villa’s zwom, was deze mening ook toegedaan.
Langs de Nedereindsevaart richting het Tienhovens Kanaal. Het Tienhovens Kanaal was bedoeld om Amsterdam en Amersfoort met elkaar te verbinden. De aanleg strandde op de voor de gravers onneembare Gooise stuwwal. In de buurt van Hollandsche Rading loopt het kanaal dus dood. Zo bezien is het Tienhovens Kanaal een GTI, een groot, nutteloos bouwwerk (GTI: grand travail inutile). Vooralsnog geldt deze classificatie ook voor de ruïne van Almere.
Komend vanuit Tienhoven, ligt rechts van het kanaal het Noorderpark, een groot, heringericht poldergebied. Al fietsend kwam ik langs de “eendenkooi van Breukeleveen”, poldergebied met kleine plassen. Runderen, schapen en ganzen waren druk bezig zich aan het malse gras tegoed te doen. Voor mij was het nog lang geen etenstijd.

Stille onrust
Van knooppunt 29 tot knooppunt 37 valt deze rit samen met de Vernieuwde Erfgooiersroute – knooppuntversie. Het is hier altijd mooi: bos, heide, weiland.
Via Egelshoek naar Hilversum. Over de Hoorneboegse heide lag een paarse gloed van bloeiende struikheide. In tegenstelling tot andere ritten werden er vandaag op dit tijdstip geen honden uitgelaten. Een klein groepje had zich ruim verderop verzameld en zou zich niet op mijn kuiten gaan werpen.
Bij knooppunt 37 (de Erfgooiersbrug) rechtdoor, het Naardermeergebied in. Van het Naardermeer zelf is hier niets te zien. Het omliggende gebied is weidegebied met links in de verte de provinciale weg. Na het passeren van fort Uitermeer werd ik voorbijgereden door een klein groepje racefietsers die verbaasd omkeken toen ik geen aanstalten maakte me bij hen aan te sluiten.

Naardermeer: molen De Onrust

Naardermeer: molen De Onrust

Bij knooppunt 48 op de Keverdijk linksaf, de Keverdijk volgend richting molen De Onrust, een achtkante poldermolen, gebouwd in 1809. In 1905 werd de molen, samen met het Naardermeer, aangekocht door Natuurmonumenten, om te voorkomen dat het Naardermeer in gebruik zou worden genomen als vuilstortplaats. Het Naardermeer geniet de eer het eerste beschermde natuurgebied in Nederland te zijn.
Om twee redenen neemt De Onrust, ook wel Meermolen genoemd, een unieke plaats in onder de Noordhollandse poldermolens. Ten eerste: De Onrust is de enige poldermolen in Noord-Holland die geen polder bemaalt zoals te doen gebruikelijk bij poldermolens, maar een waterplas, het Naardermeer. Ten tweede: De Onrust is de enige poldermolen in Noord-Holland die zonder hulpgemaal functioneert.

Weg slot!
Richting Hakkelaarsbrug waren weg en landschap omgewoeld door werkzaamheden aan de A1. Op mijn smartphone gekeken waar ik uithing. Inmiddels hadden donkere wolken zich samengepakt. Raprap het regenjackje aangetrokken en over een nieuw aangelegd viaduct richting knooppunt 17.
In het centrum van Muiderberg brak de bui goed los. Niet erg, het was tijd voor de lunch. Rechts van mij zag ik een terras waarvan de eettafels zo te zien onder waterdichte parasols stonden. Er was geen gelegenheid om de Zwarte Reus in mijn gezichtsveld te stallen. Dan maar aan een lantaarnpaal ketenen. Mijn zadeltasje geopend om het kabelslot eruit te halen. Verdwenen! Dat moest gebeurd zijn toen ik bij de A1 het regenjackje eruit had gehaald! Terugkeren naar de A1 was geen optie, stallen uit het zicht evenmin. Doorgereden, zonder lunch, in de hoop een fietsenwinkel tegen te komen.

De ruïne van Almere
Na de Hollandsebrug te zijn overgestoken, keek ik om. Achter me zag ik een grote, inktzwarte wolk waarvan het me niet duidelijk was of die van mij weg zou drijven of over me heen zou komen en los zou breken. Dat zou het einde van mijn rit betekenen.
In de buurt van de Hollandsebrug waren er tal van wegwerkzaamheden. Er ontbraken knooppuntverwijsbordjes, zodat ik van koers afraakte en in Almere Stad belandde. Ik hield een politiewagen staande om de weg te vragen. “Hebt u geen navigatie?” vroeg de agent, die op zijn smartphone – met Google Maps, jawel – liet zien hoe ik in de buurt van de ruïne kon komen. Een paar honderd meter verderop vroeg ik nog eens de weg, nu aan een oudere dame. Die raadde me aan richting Almere Haven te rijden en daarvandaan de ruïne op te zoeken. Niet de meest aantrekkelijke route, vond ik, maar er zat niets anders op. Tot mijn verrassing kwam ik na een fietsbrug een verwijsbord naar knooppunt 33 tegen. Ik was weer op de route gekomen!

Brug naar de ruïne van Almere

Brug naar de ruïne van Almere

De ruïne van Almere

De ruïne van Almere

De ruïne van Almere, gezien vanaf de Lange Wetering

De ruïne van Almere, gezien vanaf de Lange Wetering

Geruime tijd fietste ik over de Oude Waterlandseweg met aan weerszijden loofbos. Het eerste dat ik van de ruïne van Almere zag, was de slotbrug. Een fraaie, stenen brug over de Kromme Wetering, voltooid en wel. De weg over de brug was door een hek versperd. Het was niet mogelijk om ook maar enigszins in de buurt van de ruïne te komen. Ik moest genoegen nemen met een foto, gemaakt vanuit de verte. Macaber zoals de ruïne eruitziet, heeft hij wel een mooi kleurenpalet: de gele kloostermoppen, de witte dakspanten, het grijze beton en de zwarte delen van het dak op de donjon.
Linksaf naar knooppunt 83 en daarvandaan naar knooppunt 84 richting de ruïne. Heel even kon ik de ruïne zien, daarna ging hij schuil achter hoge beplanting. Aan hoge, scheefstaande schermen hingen borden met de waarschuwing dat de ruïne en het gebied eromheen met honden bewaakt werd. Als die afrastering maar intact was, dacht ik bij mezelf. Stel je voor wat er gebeurt als die honden uitbreken!
Bij knooppunt 84 rechtsaf en een stukje langs de Lange Wetering gereden. Het moest toch mogelijk zijn een leuke foto van de ruïne te maken. Ook hier weer omliggende beplanting en in de berm hordes brandnetels. Dat maakte het lastig de ruïne goed in beeld te krijgen.
Links van de ruïne zag ik een oranje dragline. Zou de bouw hervat zijn? Op het terrein was geen mens te bekennen. Op het dak van de donjon was de kasteelvlag niet gehesen. Gravin Elaine was dus niet thuis. Dat zou ook niet kunnen, immers, pas over drie jaar, als de bouw van het kasteel en de bijgebouwen voltooid is, zal zij hier komen wonen.
Een ruïne die zich door hekken, schermen en beplanting aan het oog onttrekt. Omliggende fiets- en wandelpaden zonder eetgelegenheid. Dat moet anders kunnen! Toen WitchWorld het terrein op 31 oktober en 1 november vorig jaar openstelde voor het publiek, kwamen er meer dan 15.000 mensen kijken. Waarom zou men de beplanting, voor het overgrote deel wildgroei, niet weghalen, de hekken in goede staat brengen, de schermen verwijderen die erop zitten en in de buurt van de ruïne op strategische punten eetgelegenheden of kraampjes neerzetten, waarvan de opbrengst geheel of gedeeltelijk de voortbouw ten goede komt? De ruïne heeft bewezen kijkers te trekken. Menigeen zal het interessant vinden om, al is het maar van een afstand, te zien hoe de bouw vordert. Als de voortbouw op niets uitloopt, kan de ruïne worden geconserveerd en alsnog voor het publiek open worden gesteld. Iets dergelijks is in 1986 gebeurd met de ruïne van de Broerekerk in Bolsward. Dat heeft de Stichting tot behoud van monumenten in de gemeente Súdwest-Fryslân geen windeieren gelegd.

De Groene Kathedraal
De rit vervolgd door het Almeerderhout, zoals het loofbosgebied heet waarin de ruïne van Almere ligt. Goed begaanbare, slingerende bospaden waarover het eindeloos fietsen is. Voorbij de Overgooische Zoom, een watergebied, zag ik bij knooppunt 91 wegwijzers naar “De Groene Kathedraal”, een uit 1987 daterend landschapskunstproject van Marinus Boezem, bestaande uit 178 Italiaanse populieren. Deze populieren zijn geplant in het patroon van de zuilen van de Notre Dame kathedraal in Reims. Rond 2006 hadden ze hun maximale hoogte van 30 meter bereikt, waarmee De Groene Kathedraal bijna net zo hoog is als de kathedraal in Reims.
In aflevering 10 van Nederland van Boven waren niet alleen luchtopnames te zien van de ruïne van Almere maar ook van De Groene Kathedraal: een veld met daarin de aangeplante populieren en een aangrenzend bos, geplant in 1990, waarin een deel van de grond niet beplant is. Het onbeplante deel is de “contra-kathedraal”, het negatief van De Groene Kathedraal die De Groene Kathedraal opvolgt als de populieren er niet meer zijn. Dit zal rond 2027 zijn; de levensduur van de Italiaanse populieren is ongeveer 40 jaar.
Vanuit de lucht lijkt het alsof De Groene Kathedraal uit het aangrenzende bos is getild en in het aangrenzende gebied is geplant. Vanaf de grond zou het weleens niet zo’n spectaculair gezicht kunnen zijn, dacht ik bij mezelf. Omdat de bewegwijzering ophield, vroeg ik aan een tegemoetkomende racefietser waar ik de Groene Kathedraal kon vinden. “De weg oversteken en dan rechtdoor” was zijn antwoord. “Is het de moeite waard?” vroeg ik, vanwege het feit dat ik de kathedraal niet vanuit de lucht maar vanaf de grond zou bekijken. “Er is niets aan, een stelletje bomen waar je met jouw racefiets binnen twee minuten doorheen bent”. Vanwege de kilometers die ik nog voor de boeg had, de rit voortgezet langs de uitgeknoopte route en de Groene Kathedraal voor een volgende rit bewaard.

Zicht op het Gooimeer vanaf de Stichtsebrug

Zicht op het Gooimeer vanaf de Stichtsebrug

Altijd hetzelfde liedje…
Knooppunt 92 aan de Gooimeerdijk Oost naderend, schakelde ik naar de kleinste versnelling om dijkopwaarts te gaan. Bij het toegangshek bovenaan het fietspad stonden twee toerfietsers. “Can we ask you something?” vroeg de vrouwelijke helft van het tweetal. Ze waren bezig met een rondrit. Uit hun verhaal en het fietsknooppuntkaartje dat ze bij zich hadden, maakte ik op dat ze – net als ik – via de Stichtsebrug het Gooimeer over wilden steken. Op het informatiepaneel was de oversteek, in tegenstelling tot het kaartje, niet ingetekend. Ze vreesden terug te moeten fietsen naar de Hollandsebrug. Met de pittig geworden westenwind als tegenwind was dat geen prettig vooruitzicht.
Daar had je het weer. De knooppunten van het gebied tussen de Stichtsebrug en de Hollandsebrug worden door andere beheerders beheerd dan die van het gebied ten oosten en zuiden van de Stichtsebrug. Op informatiepanelen van de beheerders van het  gebied tussen de Stichtsebrug en de Hollandsebrug, zoals het paneel bij knooppunt 92, staan de knooppunten ten oosten en zuiden van de Stichtsebrug niet ingetekend. Vanuit beheerdersoogpunt nuttig (misschien wil de beheerder zijn vingers niet branden aan het reilen en zeilen van de knooppunten van zijn buurman) maar vanuit toerfietsersoogpunt bedroevend. Het fietsknooppuntennetwerk is immers een landelijk netwerk. Dan moeten de kaarten op de informatiepanelen zich niet beperken tot een beheerdersgebied. Het komt helaas maar al te vaak voor dat beheerders zich op hun informatiepanelen beperken tot het eigen gebied. Dat is jammer en hinderlijk.
Ik legde de toerfietsers uit hoe ze moesten rijden. Zo zou ik het zelf namelijk ook gaan doen. “Where do you come from?” vroeg ik belangstellend. “From Germany” was het antwoord, zodat ik van Louis-van-Gaal-engels op Rudi Carell-duits overschakelde. Het stel was van mening dat ik met mijn onbepakte Zwarte Reus binnen de kortste keren aan de overkant van de Stichtsebrug zou zijn. “Das gibt es mit meinen Alter nicht mehr” zei ik en met de westenwind in de rug vloog ik met 26/u naar de Stichtsebrug. Boven bij de brug afgestapt om  van het uitzicht te genieten en kijk, daar kwamen de Duitsers aangereden, die besloten hadden me te volgen omdat ze niet zoveel vertrouwen hadden in de routekaarten. Ze waren blij dat ze op de brug waren gekomen en hun route volgens plan konden vervolgen.

Ruziënde paarden en oude boerderijen
Na de Stichtsebrug te zijn afgedaald, rechttoe-rechtaan langs Blaricum, me niets aantrekkend van rechtdoor-verwijsbordjes naar knooppunt 81. Ik was namelijk onderweg naar knooppunt 1, dat ook rechtdoor was maar waarnaar niet verwezen werd. Bij knooppunt 1 de Rijksweg overgestoken en richting Eemnes, het fietspad langs de Meentweg op, die overgaat in de Wakkerendijk. Links van het fietspad een fraai uitzicht over het poldergebied dat aan Eemnes grenst en tal van afslagmogelijkheden om dit gebied te verkennen.

Eemnes: paard in toom houden

Eemnes: paard in toom houden

Ter hoogte van de Corsrijkseweg klonk uit het weiland een luid, fel gehinnik. Twee grote paarden en een klein paardje waren bezig elkaar het leven zuur te maken. Ze sprongen tegen elkaar op en trapten tegen elkaar waarbij het kleine paardje zich niet onbetuigd liet. Zou het me lukken deze vechtpartij op de digitale plaat vast te leggen? Toen ik de camera tevoorschijn had gehaald, waren ze enigszins tot bedaren gekomen.
Terwijl ik op een nieuwe vechtpartij wachtte, kwam vanuit Eemnes een jeep aangereden. Een man en een vrouw stapten uit en liepen het weiland in. “We moeten snel zijn want ze doen elkaar pijn!” riep de man. De vrouw bedwong het kleine paardje en leidde het naar een hoek van het weiland. De man ging terug om een touw te halen. “Uitgebroken paarden?” vroeg ik. “We weten niet waar die kleine vandaan komt” was het gehaaste antwoord.
Door ging het weer, ik wilde de man en de vrouw niet storen. Bij knooppunt 24 gestopt om nog eens van het uitzicht over de polder te genieten. Twee dames wegwijs gemaakt zodat ze naar de Eemdijk-veerpont konden fietsen. Achter me klonk ineens: “Hallo, tjuss!”. Het Duitse stel kwam voorbijgefietst. Zouden ze dezelfde route volgen als ik? Wat een toeval! Ik had mijn route zelf bedacht. Zij ook.

Eemnes: boerderijen langs de Wakkerendijk

Eemnes: boerderijen langs de Wakkerendijk

Langs de Meentweg en de Wakkerendijk staan mooie boerderijen, sommige gerenoveerd, andere oud en doorleefd. Veel van deze boerderijen gaan schuil achter geboomte en beplanting en het is dan ook niet gemakkelijk om ze te fotograferen. Een bijzonder mooie boerderij bleek als makelaarskantoor te fungeren. Jammer; de bouwwijze ervan was echt uit vroeger tijden. In de buurt stond een boerderij met een paar kleine ernaast. Dat bood ook een aardige aanblik. Juist die oude boerderijen laten zien hoe hier de leefomstandigheden waren, vroeger. Voor mijn gevoel zijn ze doordrongen van de arbeid van de boer, zijn familie en zijn knechten.

Maartensdijkse Bos

Maartensdijkse Bos

Hongerklop
Aan de rand van Eemnes realiseerde ik me dat ik de hele rit door nog niet gegeten had. Tot dan toe had ik volstaan met een halve liter cola en een liter Aquarius sportdrank. Ik had nog Appelsien aan boord en honger had ik niet echt. Een lichte maaltijd zou op zijn plaats zijn. Geen zware pannenkoek, dat zou loden benen tot gevolg kunnen hebben. Bij tankstation Groeneveld kocht ik twee kaascroissants. Zout, maar smaakvol. Enkele minuten later, in landgoed Groeneveld, kreeg ik honger die, toen ik door het Maartensdijkse Bos fietste, ongewenste proporties aannam. Hongerklop! Een geluk bij een ongeluk dat de wind van zuidwest naar noordwest was gedraaid en ik dus wind in de rug had. Het eten onderweg moet ik toch eens beter regelen. Maar wat wil je als halverwege de rit de gravin niet thuis is en een ruïne niet als trekpleister wordt geëxploiteerd!

Afscheid
Over de Vuursedreef naar Hollandsche Rading. Bij knooppunt 99 linksaf, de Dennenlaan in. Uitrijden en bij de tennisbaan linksaf, het Vuursepad op richting Maartensdijk. Aan de oostelijke rand van Maartensdijk, bij de Planetenlaan, stonden links van de weg twee fietsers. Eén van hen droeg een blauw wielershirt, de andere een geel wielershirt. Dat was het Duitse stel weer! Terwijl ze zich tegoed deden aan fruit, vertelden ze onderweg te zijn naar een camping aan de rand van Utrecht. Tot aan knooppunt 91 zouden ze van het knooppuntennetwerk gebruik maken om richting de camping te rijden, daarna van hun smartphone. Nu namen we echt afscheid van elkaar.

Groenekan: molen Geesina

Groenekan: molen Geesina

Niets is onmogelijk
Ik vervolgde mijn tocht richting Groenekan, om aan de Ruigenhoeksedijk molen Geesina te bewonderen. Op de kap prijkte de vlag van Het Utrechts Landschap, die de molen in eigendom heeft.
Het verhaal achter de Geesina laat zien dat het soms toch mogelijk is onhaalbare restauraties uit te voeren. De Geesina, een korenmolen, dateert uit 1843 en droeg toen de naam “De Groene Kan”. In 1930 werd hij buiten gebruik gesteld omdat de eigenaar zijn maalbedrijf overbracht naar De Bilt. In 1939 werd het maalbedrijf weer in de molen ondergebracht. Als eerbetoon aan de echtgenote van de eigenaar, die door haar spaarzaamheid het weer in bedrijf nemen van de molen mogelijk had gemaakt, werd de molen omgedoopt in “Geesina”. Na de oorlog verhuisde het maalbedrijf voor de tweede keer De Bilt, om in 1968 weer naar de molen terug te keren. Gaandeweg de jaren ’80 raakte de molen in toenemende mate in verval. Kap en wiekenkruis werden verwijderd. In 1999 droeg de eigenaar de tot een romp verworden molen  over aan Stichting de Utrechtse Molens, die een restauratie in gang zette. Wegens gebrek aan financiële middelen werd de restauratie in 2000 stilgelegd. In 2010 gaf de eigenaar te kennen dat hij uit kostenoverwegingen af zag van verdere restauratie. Het jaar daarop werd de restauratie. Berekeningen hadden namelijk uitgewezen dat den restauratie van beperkte omvang kostentechnisch gezien haalbaar was. In 2012 werd de Geesina maalvaardig opgeleverd.
Komende vanuit de richting Groenekan, is de witte aanbouw onder de stelling van de molen zichtbaar. Ter hoogte van de molen is het me gelukt een foto te maken alsof het een volledig ronde, stenen stellingmolen is zonder aanbouw.

De Meern: boerderijen langs de Leidse Rijn

De Meern: boerderijen langs de Leidse Rijn

De Meern
In Utrecht de knooppunten gelaten voor wat ze zijn en over de grote doorgaande wegen (Einsteindreef, Marnixlaan, St. Josephlaan en Cartesiusweg) naar de Gele Brug over het Amsterdam-Rijnkanaal bij de Douwe Egberts fabriek. Voorbij  het viaduct van de spoorlijn Utrecht-Amsterdam staat rechts van de Cartesiusweg een groene rangeerlocomotief, door spoorlieden “Sik” genaamd, ter herinnering aan het feit dat hier vroeger een Werkspoor-fabriek stond, waarin onder andere locomotieven, treinstellen wen rijtuigen werden geproduceerd.
Rond een uur of zeven kwam ik aan in De Meern. Langs de Leidse Rijn (zoals de Oude Rijn hier genaamd is) staan oude boerderijen. Op dit vroege avonduur blaakten ze in de zon. Een mooi sluitstuk van een boeiende fietstocht.

De Meern, 5 augustus 2016
Theo van Berkel

Fotoalbum →

Routekaartje
(gedetailleerde kaart en GPS-download op route.nl)

Routekaartje "Het spookslot van de gravin"© http://www.openstreetmap.org/copyright

Routekaartje “Het spookslot van de gravin”© http://www.openstreetmap.org/copyright

 

Advertenties

Over Theo van Berkel

Enthousiast toerfietser die tijdens zijn tochten graag foto's maakt van beelden, boerderijen, landschappen en molens en die grappige situaties beschrijft die zich onderweg voordoen.
Dit bericht werd geplaatst in Fietstochten, Fotografie en getagged met , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s