Stroomopwaarts langs de Berkel (Zutphen – Oldenkott – Winterswijk, 93 km)

Doorkomstplaatsen (routekaartje onderaan dit blog)
Zutphen – Warnsveld – Warken – Almen – Klein Dochteren – Lochem – Nettelhorst – Respelhoek – Borculo – Waterhoek – Haarlo – Eibergen – Mallem – Loo – Rekken – (D) – Oldenkott – Zwillbrock – (NL) Meddo – Winterswijk
Solo. 93,3 km in 5:16:48; AvS: 17,67 km/u.
Bewolkt. 15,9 – 21,2 – 18,3º. ZW kracht 3 – W kracht 1.

Knooppunten
Vertrek: station Zutphen; aankomst: station Winterswijk
Berkel-knooppuntroute: van station Zutphen tot aan knooppunt 18 (Oldenkott), ca 70 km

Station Zutphen – 10 – 74 – 76 – 77 – 44 – 45 – 46 – 16 – 15 – 13 – 12 – 11(!) – 43 – 46 – 77 – 83 – 84 – 56 – 86 – 85 – 67 – 64 – 65 – 66 – 63 – 67 – 71 – 74 – 68 – 18 – 20 – 21 – 56 – 54 – 99 – 2 – 3 – 7 – 14 – station Winterswijk
GPS-download op route.nl.
Laatst bijgewerkt: augustus 2016. Controleer op route.nl of er wijzigingen zijn!

Fotoalbum →

(aanklikken in dit blog van een foto resulteert in een vergroting)

Deze fietstocht voert vanuit Zutphen eerst door en langs landgoederen en bosrijk gebied. Voorbij Lochem is er meer en meer landbouw en veeteelt. In Borculo en Eibergen voert de route langs watermolens. Tot aan Oldenkott is er landbouwgebied (mais en tuinbouw) en coulissenlandschap. Regelmatig fietst u langs de Berkel, dan weer ten noorden, dan weer ten zuiden van de rivier.
Even voorbij Oldenkott verlaat u het stroomgebied van de Berkel. Richting Winterswijk voert de route door landbouwgebied en langs de flanken van het Zwillbrockerven.
Ten oosten van Lochem zijn de wegen en paden in toenemende mate onverhard tot aan het kaliber zandpaden toe.

De aanleiding
Naar aanleiding van de Graafschaproute – knooppuntversie had mijn zus voorgesteld een keer de Berkelpoort in Zutphen te bekijken en een boottocht over de Berkel te maken met een Berkelzomp, een replica van een vrachtschip dat vroeger over de Berkel voer. Dergelijke tochten kunnen gemaakt worden vanuit Almen, Lochem, Borculo en Eibergen. We kozen voor de boottocht vanuit Almen. In de omgeving van Almen is de oorspronkelijke loop van de Berkel, die veel kanalisaties heeft ondergaan, hersteld. Landschappelijk gezien zou die tocht het mooist zijn.

Berkel - Mein Leben als Fluss - Mijn leven als rivier

Berkel – Mein Leben als Fluss / Mijn leven als rivier

Voorafgaand aan de boottocht dronken we in Almen koffie in de theetuin van hotel “De Hoofdige Boer”. Tot mijn verrassing zag ik bij het afrekenen in het hotel een inkijkexemplaar liggen van Berkel – Mein Leben als Fluss – Mijn leven als rivier, een van de weinige boeken over de rivier de Berkel, zo niet het eerste boek. In deze tweetalige uitgave (Nederlands en Duits) zijn de bezienswaardigheden langs de Berkel beschreven en het wel en wee van de rivier en haar omwonenden in de loop der eeuwen. Kunstschilders, fotografen en dichters hebben er een artistieke bijdrage aan geleverd. Een boeiend en ontroerend boek. We kochten elk een exemplaar.
Na lezen van Berkel – Mein Leben als Fluss / Mijn leven als rivier stond het voor mij vast dat ik een fietstocht langs het Nederlandse deel van de Berkel zou maken. Op basis van de brochure flusslandschaft rivierenlandschap Achterhoek – Westmünsterland (Euregio, 2016, 2e druk) knoopte ik een route langs de Berkel aan elkaar. Het plan was om met de Zwarte Reus per trein naar Winterswijk te reizen. Vanuit Winterswijk zou ik richting knooppunt 18 (Oldenkott) fietsen, om daar in te haken op de route die ik had uitgeknoopt. In Zutphen zou ik dan weer met de trein naar huis gaan.

Koerswijziging
Vroeg opgestaan. Niet helemaal uitgeslapen zijnde, had ik te laat in de gaten dat ik in één van de bidons appelsap had gedaan in plaats van de gebruikelijke appelsien. Voor de dorst en de energievoorziening bleek dit geen nadelige gevolgen te hebben. Sterker: de appelsap smaakte beter dan de appelsien.

Utrecht, de Muntbrug

Utrecht: de Muntbrug

Met de Zwarte Reus naar Utrecht. Bij het kruispunt van de Leidse Vaart met het Merwedekanaal een foto gemaakt van de deze week gerestaureerd opgeleverde Muntbrug, een uit 1887 daterende draaibrug over het Merwedekanaal. Hiermee is dit deel van Utrecht weer in oude, glorievolle staat hersteld.
In Utrecht Centraal bleek het mogelijk een eerder vertrekkende trein naar Arnhem te nemen. Hoe eerder hoe beter, dacht ik, vanwege het grote aantal toerfietsers dat van de trein gebruik maakt. Op dit vroege uur kon het niet anders of er zou plaats genoeg zijn. En inderdaad: een heel fietscompartiment voor mij alleen. Na mij stapte een vrouw in met een groot formaat damesfiets. “Waar stapt u uit?” vroeg ik met het oog op het handig neerzetten van de fietsen. “In Eindhoven” antwoordde ze. Eindhoven? Ik moest naar Arnhem! Verkeerde trein! Snel uitgestapt en naar de overkant van het perron, waar de intercity naar Arnhem/Nijmegen stond. De Zwarte Reus kon nog net in het fietscompartiment. De andere fietsers die in het compartiment zaten, waren onderweg naar Nijmegen. Zij gingen een fietstocht over de Mokerheide maken.
Het was bewolkt in Arnhem. De westenwind was vlagerig en fris. Na enig wikken en wegen besloot ik naar Zutphen te reizen, om de tocht met de wind in de rug af te leggen.

De Berkelruïne

De Berkelruïne

De Berkelruïne
In Zutphen mondt de Berkel ter hoogte van de Berkelkade en de Kattenhavestraat uit in de IJssel. Hiervan is niet veel te zien, ook niet omdat de Berkel via een duiker onder de straten loopt. In de komende jaren wordt dit gebied opnieuw ingericht, zodat de Berkel en haar monding in de IJssel beter te zien zijn.
Om vandaag toch iets van een “eindpunt” van de Berkel te hebben, begon ik mijn fietstocht met richting knooppunt 76 een gang naar de Berkelruïne, een deel van de oostelijke stadsmuur van Zutphen, gebouwd omstreeks 1325. Sinds juli van dit jaar is de ruïne onder begeleiding van een gids toegankelijk voor het publiek. Bij de ruïne is ook een aanlegplaats voor fluisterboten waarmee een vaartocht van een uur door de grachten van Zutphen kan worden gemaakt.

Warnsveld: Politieacademie (huis 't Velde)

Warnsveld: Politieacademie (huis ’t Velde)

Warnsveld: landhuis 't Waliën

Warnsveld: landhuis ’t Waliën

Landgoederen en bossen
Vanaf knooppunt 76 aan de rand van Zutphen is het gegeven “stad” voor onbepaalde tijd buiten beeld. Door Warnsveld naar het erachter liggende gebied. Regelmatig langs landhuizen en landgoederen. Sommige landhuizen hebben een andere bestemming gekregen zoals landhuis ’t Velde, even buiten Warnsveld, dat nu fungeert als Politieacademie.
Verderop doorsnijdt de N346 waarlangs de route voert, landgoed ’t Waliën, beheerd door Natuurmonumenten. Het gelijknamige landhuis, gebouwd in 1915, is ontworpen door de architect J.W. Hanrath. Vroeger was dit landgoed een heidegebied. Nu bestaat het uit bos en poelen.
Al fietsend blijkt hoe groot en uitgstrekt landgoed ’t Waliën is, iets dat ook geldt voor landgoederen in de buurt van Almen zoals landgoed De Velhorst. Ze worden doorsneden door de doorgaande wegen. Veel autoverkeer was er niet, in ieder geval niet vandaag. Het viel me op dat het in de bossen erg stil was, bladstil, om het zo maar eens te zeggen. Niet alleen was er weinig wind zodat de bladeren nauwelijks ruisten, er klonk ook geen vogelgezang.

A.C.W. Staring en de hoofdige boer
Bij knooppunt 44 linksaf, de Lage Lochemseweg op. Na passeren van de Besselinkstuw voert de route over een verhard fietspad. Aan het einde rechtsaf, de Whemerweg op, richting de dorpskern van Almen.

Almen, Whemerweg: dichtregels uit De Hoofdige Boer

Almen, Whemerweg: dichtregels uit De hoofdige boer

Na luttele meters staat rechts langs de Whemerweg bij een beekje een paal, waaraan een bord is bevestigd waarop versregels staan. Deze versregels zijn afkomstig uit het gedicht De hoofdige boer – een Zutphense vertelling, geschreven door Anthony Christian Winand Staring, dichter en landbouwkundige, die van 1791 tot aan zijn overlijden in 1840 eigenaar was van het nabijgelegen landgoed De Wildenborch en veel heeft geschreven over de Achterhoek.
Het verhaal in het gedicht over de hoofdige boer luidt als volgt. Lange tijd kon de kerk in Almen slechts over één weg worden bereikt. Die weg voerde door een modderige beek die steeds slechter doorwaadbaar werd. Het kerkbezoek liep dan ook terug. De dominee liet over de beek een brug leggen, zodat zijn gemeenteleden voortaan niet meer door de modder gehinderd zouden worden en het aantal kerkbezoekers weer toe zou nemen. Scholte Stuggink, een koppige (“hoofdige”) boer, weigerde er gebruik van te maken. Zijn voorvaderen waren altijd door de modder heen ter kerke gegaan. Hij zou het niet anders doen, brug of geen brug. De houding van Scholte Stuggink is samengevat in het Engelstalige onderschrift van het gedicht: Swerving from our father’s rules is calling all our fathers fools.
De mate waarin Almen en Staring met elkaar verbonden zijn, bleek toen ik in gesprek raakte met een oudere vrouw die mij foto’s zag maken van het bord langs de beek. Zij vertelde onder andere waar in Almen informatie over Staring kan worden ingewonnen en dat er binnenkort een Staring-museum zal worden geopend.

Stuw De Velhorst

Stuw De Velhorst

Landgoed De Velhorst

Landgoed De Velhorst: theekoepeltje

Staringkoepel, gezien vanaf de Lageweg

Staringkoepel, gezien vanaf de Lageweg

Ik vervolgde mijn tocht richting knooppunt 46. Na over smalle grindpaden te zijn gereden, stak ik bij stuw De Velhorst de Berkel over. De ophaalbrug bij de stuw bracht me terug in de tijd van Staring, toen de bruggen over de Berkel ophaalbruggen waren. In de loop der tijd zijn veel van deze bruggen door vaste bruggen vervangen.
Na over een kort, smal pad langs maisakkers te hebben gereden, kwam ik bij het landgoed De Velhorst. Aan de overzijde van een sloot zag ik een klein, rond gebouwtje met een spits dak. Het deed me denken aan een paviljoen in een Japanse tuin.  Even dacht ik dat het de beroemde Staringkoepel was waarover ik gelezen had, maar daarvoor was het gebouwtje te klein. In Berkel – Mein Leben als Fluss / Mijn leven als rivier is op pagina 81 een tekening ervan afgebeeld, in 1981 vervaardigd door Jan Baggen. Volgens het onderschrift is het een theekoepeltje.
Bij knooppunt 46 linksaf, de Lageweg op, die door landgoed De Velhorst loopt. Bij het verderop gelegen knooppunt 16 gaat de bewegwijzerde Berkelroute linksaf, de Dochterenseweg op. Na het oversteken van de Berkel is het mogelijk om een bezoek te brengen aan de Staringkoepel, gebouwd in opdracht van de dochter van Staring, Constantia. Voor de bouw van de koepel zijn restanten gebruikt van een herenhuis dat hier vroeger stond.
De Staringkoepel, die opengesteld is voor het publiek, is vanaf de Dochterenseweg niet te zien. Hij gaat schuil achter geboomte. Uit het informatiebord kon ik niet goed opmaken langs welk pad ik naar de koepel kon lopen en waar dat pad zich bevond. Ik maakte dan ook rechtsomkeert en ging teug naar knooppunt 16 om daarvandaan richting Lochem te rijden. Fietsend over de Lageweg, zag ik in de verte de Staringkoepel boven een maisveld uitsteken. Het spits toelopende dak bracht me weer in Japanse sferen.

Lochem: loods "Het Anker" met Berkelzomp "De Ente"

Lochem: loods “’t Anker” met Berkelzomp “De Ente”

Een Berkelzomp in Lochem
Bij knooppunt 12 aan de rand van Lochem is het, net als in Almen,  mogelijk een boottocht te maken met een Berkelzomp, genaamd De Ente. De aanlegsteiger bevindt zich bij de rotonde aan de Goorseweg. Van een afstand zag ik bij een loods genaamd “’t Anker” een Berkelzomp liggen. Op de achterkant stond de naam Lochem. Verbaasd vroeg ik aan de schipper die uit de loods naar buiten kwam lopen, waar of De Ente was. “Hij ligt hier aangemeerd” antwoordde hij en kijk, de naam “De Ente” prijkte op de boeg. Lochem was haar thuishaven. De thuishaven van een schip staat op de achterzijde. Weer wat geleerd.
Ik vertelde de schipper over de ervaringen van mijn zus en mij tijdens onze boottocht in Almen met “De Fute”. Op zijn beurt vertelde hij wetenswaardigheden over de tocht met “De Ente”. Helaas had ik vandaag geen tijd voor een boottocht.

Kippenboerderij

Kippenboerderij

Boerderij Zoetenhorst (1917)

Boerderij Zoetenhorst (1917)

Landbouw, veeteelt en pluimvee
Voorbij Lochem, terwijl de lucht meer en meer bewolkt raakte, kwam ik door agrarisch gebied. De kippen die ik in een aantal weilanden zag, trokken zich van de grauwe hemel niets aan. Een gaashek moest hen beletten de weg op te gaan. Bij mijn komst trokken ze zich aanvankelijk terug in het weiland. Na korte tijd overwon hun nieuwsgierigheid het van hun schuwheid en piepend en kakelend kwamen tientallen kippen naar het hek gelopen om mij en mijn fiets in ogenschouw te nemen. Ik vond het welletjes toen één van hen de toeclipriempjes op eetbaarheid ging keuren.
De boerderijen hier zijn gebouwd in het begin van de twintigste eeuw. Het zijn grote boerderijen, waarbij op decoratieve wijze verschillende soorten en kleuren bouwstenen zijn gebruikt. Ik maakte een foto van één van deze boerderijen. Op de witte gevelsteen stond de naam Zoetenhors. In werkelijkheid is de naam van deze boerderij Zoetenhorst. Er was op de steen geen plaats meer voor de –t-. Het jaartal 1917 op de gevelsteen duidt het jaar aan waarin deze boerderij is herbouwd.

De Olliemölle (l) en de Stenen Tafel (r)

Borculo: de Olliemölle (l) en de Stenen Tafel (r)

Schepraderen van de Olliemölle (l) en de Steenen Tafel (r)

Schepraderen van de Olliemölle (l) en de Steenen Tafel (r)

De Olliemölle en de Stenen Tafel
Op mijn programma stond: watermolens bekijken. Die komen in West- en Noord-Nederland niet voor. Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg, daar zijn ze te vinden.
De route van vandaag voerde door Borculo. Bij binnenkomst werd ik tegemoet gereden door een oude brandweerwagen. Hier in Borculo is een brandweermuseum gevestigd met een uitgebreide collectie brandweerwagens en brandweermateriaal.
Ik ging op zoek naar de watermolen. Het fietsen over het smalle Molenkolkpad maakte me niet veel wijzer. Navraag bij een paar wandelaars wees echter uit dat ik toch van het pad gebruik moest maken. Na korte tijd stond ik oog in oog met twee watermolens: de Oliemölle en de Stenen Tafel. Het zijn beide onderslagwatermolens, wat wil zeggen dat het water aan de onderzijde van het scheprad stroomt, waardoor het maalwerk in gang wordt gezet. Beide raderen draaiden vandaag. De schoepen waren bedekt met alg. Malen van koren is er niet meer bij, de molens fungeren tegenwoordig als restaurant.

Borculo: wasvrouwen (Tineke Bot, 1980)

Borculo: wasvrouwen (Tineke Bot, 1980)

Kanovaren voorbij een stuw

Kanovaren voorbij een stuw

Activiteiten langs en in de Berkel
De route voert niet strak langs de Berkel over een dijk zoals die langs de Waal, de Lek of de Neder-Rijn. Regelmatig ligt de route op verre afstand van de Berkel, onverwacht wordt hij dan weer gekruist.
Even voorbij knooppunt 84 staat rechts van de weg, aan de oever van de Berkel, een bronzen beeld, vervaardigd in 1980 door Tineke Bot. Volgens de ernaast staande plaquette herinnert het beeld, “Wasvrouwen” genaamd, aan de tijd toen vrouwen in de Berkel nog kleding wasten.
De Berkel biedt een wisselende aanblik. In de buurt van Almen bijvoorbeeld is de oorspronkelijke, kronkelende loop deels hersteld. Meer oostelijk is de loop van de Berkel licht slingerend, soms smal. De loop wordt onderbroken door stuwen. Aan weerszijden van zo’n stuw is een ballonkabel gespannen en staan waarschuwingen tegen varen en zwemmen. Kanovaarders moeten voor de stuw uitstappen en met kano en al naar de kabel achter de stuw lopen om daarvandaan hun tocht voort te zetten. Op de Berkel wordt het kanovaren druk beoefend.

... en om de hoek ...

… en om de hoek …

Richting Eibergen: Zaterdagweg

Richting Eibergen: Zaterdagweg

En om de hoek…
Hoe verder naar het oosten, hoe meer onverharde wegen en paden waarover de route voert. Vanaf Borculo voert de route voor een belangrijk deel over smalle fietspaden met een stevige zandlaag. Deze fietspaden liggen meestal naast een karrenspoor. Meestal zijn ze goed berijdbaar, slechts een enkele keer zijn er onverwachte kuilen of ligt er rul zand. Voor de Zwarte Reus was het goed te doen maar veiligheidshalve reed ik niet met hoge snelheid.
Er zijn uitzonderingen. Richting Eibergen fietsend, bijvoorbeeld, kwam ik door een bos dat ook als waterwingebied fungeert. Geen aparte fietsstrook meer maar een modderpad, omwoeld door tractorwielen. Het zag er niet naar uit dat het om de hoek veel beter zou zijn. Er zat niets anders op dan te lopen. Na een klein stukje was het pad voldoende effen om de Zwarte Reus weer te bestijgen.
Verderop, aan de Molenweg richting knooppunt 87, veranderde het verharde pad in een onvervalst zandpad. De Zwarte Reus in zijn kleinste versnelling geschakeld en stapvoets doorgereden. Klagen was op deze zomerse zaterdag uit den boze. Het pad waarop ik fietste, droeg de naam Zaterdagweg.

De Mallumsche molen

De Mallumsche molen

Het Muldershuis

Het Muldershuis

Expositie "Berkel - Mein Leben als Fluss / Mijn leven als rivier"

Expositie “Berkel – Mein Leben als Fluss / Mijn leven als rivier”

Een Berkel-tentoonstelling
Ik arriveerde bij de Mallumsche molen die evenals De Stenen Tafel een onderslag-watermolen is. De molen was in bedrijf en het maalwerk kon bezichtigd worden. De molenaar gaf aan de belangstellenden tekst en uitleg.
Oorspronkelijk stonden hier aan de Berkel twee watermolens: een oliemolen, gesloopt in 1917, en de Mallumsche molen, in 1748 herbouwd na een brand. Bij de herbouw is Bentheimer zandsteen gebruikt.
De Mallumsche molen heeft twee functies. Hij maalt koren en hij pelt gerst tot gort.
Even verderop staat het Muldershuis, oorspronkelijk een Saksische boerderij, gebouwd kort na herbouw van de Mallumsche molen. Het terras was afgeladen vol. Onder een stralende zon genoot menigeen van een hapje of een drankje.
Aan de weg langs het Muldershuis stond op een groen bord de mededeling dat binnen een Berkeltentoonstelling werd gehouden. Ik was nieuwsgierig. Tijd genoeg om even een blik te werpen. De Zwarte Reus aan de kant gezet en naar binnen. Door het hele gebouw heen hingen de schilderijen, foto’s en gedichten uit het boek Berkel – Mein Leben als Fluss / Mijn leven als rivier. Wat een verrassing! Ik had op internet gelezen dat de uitgave van het boek vergezeld ging van een tentoonstelling maar had dit voor kennisgeving aangenomen. Het leek me namelijk niet waarschijnlijk dat ik de foto’s en schilderijen ooit in het echt zou zien. Dat ik ze vandaag tijdens uitgerekend déze fietstocht bewonderen kon, vond ik erg bijzonder en ik genoot met volle teugen. Overigens: de expositie duurt tot 22 augustus van dit jaar.

Boerderij bij de Mallumsche molen

Boerderij bij de Mallumsche molen

Rekken

Rekken

Stuw Zandvang: runderen bij de Berkel

Stuw Zandvang: runderen bij de Berkel

De Berkel tussen Rekken en Oldenkott

De Berkel tussen Rekken en Oldenkott

Op naar de grens!
De Berkel ontspringt in het Duitse Billerbeck. Bij Oldenkott verlaat hij Duitsland en komt hij Nederland binnen.
Vanaf de Mallumsche molen koerste ik aan op Rekken. Dicht bij de molen staat een mooie boerderij met een fraaie vakwerkschuur.
Aan de rand van Rekken was een boer, die bezig was de berm te maaien, zo vriendelijk een foto van mij te nemen. Rekken valt onder de gemeente Berkelland, ontstaan in 2005 uit een gemeentelijke herindeling. Bij het vervaardigen van de komborden van de steden en dorpen die tot de gemeente Berkelland horen heeft men ervoor gekozen dit op een apart bord te vermelden met het logo van de gemeente Berkelland: een gestileerd scheprad. Hiermee wordt het vroegere economische belang van de watermolens tot uitdrukking gebracht en de landschappelijke waarde die ze vandaag de dag hebben.
Vanaf knooppunt 71 aan de rand van Rekken voert de route voortdurend langs de Berkel. Bij knooppunt 74 bevindt zich een stuw, de Zandvang. Oostwaarts van de stuw dronken runderen water uit de Berkel.
Aan de noordelijke oever van de Berkel voert de route over een smal, goed begaanbaar fietspad. Na enkele kilometers zag ik tot mijn verrassing een strook zand langs de zuidelijke oever. Eerst dacht ik dat de rivier hier droog gevallen was. Die gedachte schoof ik terzijde. De Berkel is een levendige, stromende rivier met een groot verval. Van verdrogen zou geen sprake kunnen zijn. Ik denk dat de strook zand een zandvang is, een verbreding van de rivier met als doel het laten bezinken van de met de stroom meegevoerde sedimenten. Dat verklaart ook de naam van de stuw die ik bij knooppunt 74 zag.
Het smalle, bochtige paadje langs de Berkel biedt slechts ruimte aan één fietser. Het noopte me af en toe tot het roepen van de waarschuwing “tegen!” In dit late middaguur was er geen fietser meer te bekennen.

Grensovergang Oldenkott

Grensovergang Oldenkott

De Berkel bij Oldenkott

De Berkel bij Oldenkott

Afscheid van de Berkel
Bij knooppunt 68 rechtsaf en Oldenkott binnengereden. Langs de weg stond nog de slagboom van de vroegere grensovergang. Op een grote canvas-foto was te zien hoe de grensovergang er vroeger uit had gezien. Een nabijgelegen terras was afgeladen vol. Ik gaf er de voorkeur aan door te rijden om te voorkomen dat mijn benen na een avondmaaltijd stil zouden vallen.
Bij knooppunt 18 rechtsaf, de Crosewick in. Na enkele honderden meters passeerde ik voor het laatst vandaag de Berkel, die er op deze plaats uitzag als een smal, onschuldig beekje en niet als de rivier die twee maanden geleden voor overstromingen in Rekken en omgeving had gezorgd.
De loop van de Berkel gaat oostwaarts richting Billerbeck in Münsterland. Mijn tocht zou hiervandaan zuidwaarts voeren, terug naar Nederland, naar Winterswijk, waarvandaan ik met de trein naar huis zou gaan. Als in de toekomst de kans zich voordoet, zal ik zeker van Oldenkott naar Billerbeck fietsen om de loop van de Berkel te aanschouwen. Nu nam ik met een tevreden gevoel afscheid.

Zwillbrock: St. Franciscuskerk

Zwillbrock: St. Franciscuskerk

Boerderij richting Meddo

Boerderij richting Meddo

De laatste loodjes
In het aan Nederland grenzende gebied waar ik nu doorheen fietste, is het Nederlandse fietsknooppuntennetwerk doorgetrokken. Bij de knooppunten staan de gebruikelijke informatiepanelen. Verwijsbordjes naar de knooppunten zijn er echter niet. Men moet het stellen met de rode pijlen van de Duitse wegbeheerders. Bij wegwijzers met plaatsnamen zijn er wel verwijsbordjes.
Vanaf knooppunt 18 voert de route door landbouwgebied met een veelheid aan maisakkers en langs de rand van het Zwillbrocker Venn, een natuurgebied waar onder andere flamingo’s hun onderkomen hebben gevonden. Bij de roomskatholieke St. Fransciscuskerk in Zwillbrock werd mij gevraagd waar die dieren zich bevonden. Helaas, ik kende de omgeving niet.
In het centrum van Zwillbrock staan op een plein oude bomen. Een eekhoorn rende het plein over en klom in één van de bomen. Binnen de kortste keren had hij zich aan mijn oog en dus aan de lens van mijn camera onttrokken.
Voorbij knooppunt 99 rechtsaf richting knooppunt 2. Een eigenaardig smal weggetje waarover ik moest rijden. Dat zou weleens kunnen uitdraaien op een niet doorgaande verharding, een zandpad. Dat was ook zo. Links en rechts fantastisch uitzicht op boerenland en boerderijen. Rustig aan rijdend, kwam ik om 18:50 uur aan in Winterswijk.

Station Winterswijk: plate gehakt

Station Winterswijk: plate gehakt

Twee ballen gehakt
In Winterswijk moest ik bijna een uur wachten op de trein naar Arnhem. De stationsrestauratie was open. Wat een geluk! Meestal zijn de stationsrestauraties al in de vroege avond dicht. Nu kon ik een hapje eten.
Ik bestelde een alcoholvrij biertje en een plate gehakt met frites en salade. Buiten vond iemand het nodig om achter mij grimassen en rare handgebaren te maken terwijl ik met de smartphone een selfie nam om mijn Facebook-vrienden te laten zien dat ik heelhuids gefinisht was. Hij vond het een bijzonder geslaagde actie. Ik liet hem in die waan.
De plate gehakt werd binnen geserveerd. Twee ballen gehakt! Ik was verguld. Bij het afrekenen was de prijs navenant. Volgens de medewerker had ik niet één, maar twee gehaktballen besteld. Ik kon het me met de beste wil van de wereld niet herinneren. Met het oog op het naderend vertrek zag ik af van discussie.

Hoe later de avond…
Met de roodwitte Arriva-dieseltrein naar Arnhem. In één van de rijtuigen kunnen fietsen langs een stuk of vier ramen worden gestald. Dit oogt ruimer dan de fietscompartimenten in de treinen van de NS en het in- en uitladen van de fietsen gebeurt een stuk rustiger.
Toen ik in Arnhem aanstalten maakte uit te stappen, vroeg een rood aangelopen en qua stemming uitermate rozige man me of ik plezier had in een fietstocht met de trein. Volgens hem was het dé manier om veel kilometers te maken maar het zou mijn buikomvang niet ten goede komen. Me oostindisch doof houdend, stapte ik uit. Als het aantal grappenmakers recht evenredig zou toenemen met het vorderen van de avond, kon ik nog wat beleven.
De intercity naar Den Helder, waarvan ik gebruik wilde maken, was afgeladen vol met fietsen. “Waar moet u heen?” vroeg een conducteur. “Utrecht.” Ik hoefde niet te wachten op de volgende trein maar mocht met de Zwarte Reus in een van de gewone compartimenten plaatsnemen. Hoe later de avond, hoe schoner het volk, dacht ik bij mezelf. Zo kwam ik mooi op tijd thuis.

De Meern, 13 augustus 2016
Theo van Berkel

Fotoalbum →

Routekaartje
(gedetailleerde kaart en GPS-download op route.nl)

Routekaartje "Stroomopwaarts langs de Berkel"http://www.openstreetmap.org/copyright

Routekaartje “Stroomopwaarts langs de Berkel “http://www.openstreetmap.org/copyright

 

Advertenties

Over Theo van Berkel

Enthousiast toerfietser die tijdens zijn tochten graag foto's maakt van beelden, boerderijen, landschappen en molens en die grappige situaties beschrijft die zich onderweg voordoen.
Dit bericht werd geplaatst in Fietstochten, Fotografie en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s